Operatie Overlord deel 1

Operatie Overlord was tijdens de tweede wereldoorlog  de codenaam  voor de invasie door de westerse geallieerden in het door Duitsland bezette West-Europa. Operatie Overlord begon op 6 juni 1944 en eindigde op 25augustus 1944, toen Parijs werd bevrijd. De operatie startte met luchtlandingen en een massale amfibische aanval in de vroege morgen van 6 juni. Na de landing werd allereerst gepoogd het Normandische bruggenhoofd te behouden en uit te breiden. Diverse operaties werden hiervoor ondernomen en tijdens Operatie Cobra braken de geallieerden definitief door de Duitse linies. Toen de Duitsers in de val kwamen bij Falaise, was de strijd in geallieerd voordeel beslist. De weg naar Parijs lag open en de Franse hoofdstad aan de Seine werd ingenomen. Men beschouwt de bevrijding van Parijs over het algemeen als het einde van Operatie Overlord. De eerste dag van Overlord werd aangeduid met ‘D-Day’, een term die vaak wordt geassocieerd met de hele operatie. Sinds de Duitse aanval op de Sovjet-Unie in 1941 (tegen nazi-Duitsland vrijwel alleen gedragen. De Amerikaanse president Franklin Roosevelt en de Britse premierWinston Churchill hadden namens de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk beloofd op het Europese vasteland een tweede front te openen om de wanhopige situatie van de Sovjet-Unie te verlichten. Deze belofte uit 1942 stuitte echter op grote praktische bezwaren omdat de Britten onvoldoende waren uitgerust voor een dergelijke operatie en de V.S. geen kans zagen op korte termijn genoeg materieel aan te voeren, hoewel men de noodzaak voor een tweede front inzag. Om deze reden  werd tijdens een topconferentie in Washington DC (Kerst 1941)  besloten tot Operatie Bolero (genoemd naar de Bolerro van Ravel) , die erop gericht was alle noodzakelijke materialen aan te voeren voor een aanval opWest-Europa. In de Noord-Atlantische Oceaan woedde echter de strijd tegen de U-boot vloot van Duitsland en er heerste een groot gebrek aan vrachtruimte. Bovendien moesten de VS hun aandacht tussen de strijd in Europa en die in Japan verdelen. Dit had tot gevolg dat het grootste deel van het door de Verenigde Staten geproduceerde materieel werkeloos in opslag stond. Zonder een nieuw groot strijd toneel kon het geallieerde productieoverwicht niet totgelding komen. Hierover bestonden eind 1941 twee meningen. De Amerikanen, onder leiding van Dwight D. Eisenhower kwamen met een plan voor een directe aanval op de stranden van Calais en Dieppe (Operatie Roundup) en een kleinere landing in de omgeving van Cherbourg onder de naam Operatie Sledgehammer, terwijl de Britten een sterke voorkeur hadden voor een aanval op Noord-Afrika om Rommel de pas af te snijden, het Vichy-regime onder druk tezetten en vandaar door het minder sterk verdedigde zuiden van Europa te kunnen oprukken.

 

Onenigheid

 

De drie grootmachten waren allesbehalve eensgezind. Aan Britse zijde heerste het gevoel dat Amerikanen en Russen de moeilijkheden onderschatten die een amfibische operatie opleveren. Aan de andere kant waren de Amerikanen geenszins van de Britse bedoelingen overtuigd, maar waren de mening toegedaan dat de Britten voor alles hun Empire wensten te behouden. Hun gevoelens werden vertolkt door Generaal Albert C. Wedemeyer, lid van de sectie Operaties: De Sovjets waren er ten slotte van overtuigd dat de westerse geallieerden het openen van een tweede front zo lang mogelijk wilden uitstellen, zodat het Rode Leger het vuile werk kon opknappen. Ze waren ongevoelig voor hetBritse argument dat een amfibische aanval uit zou lopen op een bloederige nederlaag. De wanhopige pogingen van Vjatsjeslav Molotov om in mei 1942 de VS en het Verenigd Koninkrijk de noodzaak van het tweede front te laten inzien hadden enig succes, mede door de druk van de publieke opinie in het Verenigd Koninkrijk.

 

Dieppe en Operatie Toorts

 

Het Britse opperbevel heeft, onder druk van de Amerikanen, de Sovjets en de publieke opinie in het Verenigd Koninkrijk zelf besloten tot een groots opgezette aanval, deels als verkenning, deels om te zien in hoeverre de geallieerde tactieken opgewassen waren tegen de Atlantikwall. De aanval op Dieppe op 19 augustus 1942 liep uit op een ramp. Van de 6100 manschappen werden er 3500 gedood, gewond of gevangengenomen en 108 geallieerde toestellen werden neergehaald tegenover 48 van de Luftwaffe. In Noord-Afrika was het fortuin de geallieerden echter gunstiger gezind. Op 8 november 1942 vonden de eerste grootscheepse landingen in de Tweede Wereldoorlog plaats bij Casablanca, Oran en Algiers. De laatste twee werden vanuit Engeland ondernomen, de eerste rechtstreeks vanuit de VS. De troepen van Vichy boden slechts symbolisch weerstand en de springplank over de Middellandse zee lag gereed. Hoewel de Amerikanen op dit punt nog geenszins overtuigd waren van de soft underbelly tactiek van Churchill, zagen de Duitsers de implicaties onmiddellijk en bezetten inderhaast de rest van Frankrijk. De landingen, hoewel in het geval van Dieppe met desastreus resultaat, hadden enkele belangrijke voordelen. Op de eerste plaats verkregen de geallieerden voldoende ervaring en oefening in dit soort grootschalige amfibische operaties. Bovendien werd het duidelijk dat een rechtstreekse aanval op een versterkte haven grote verliezen met zich meebracht. Ten tweede, hoewel het geen tweede front genoemd kon worden, dwong het de As-mogendheden versterkingen te sturen naar Noord-Afrika, die aan het Oostfront nauwelijks gemist konden worden.

 

Bron: Wikipedia.org/OperatieOverlord

 

 

De conferenties van Casablanca, Québec en Teheran

 

In januari 1943 vond de Conferentie van Casablanca plaats, bijgewoond door Roosevelt, Churchill en de verzamelde chef-stafs. Tijdens deze conferentie werd duidelijk dat de Britten de Amerikaanse druk voor een tweede front niet langer konden weerstaan. Ondanks het feit dat de strijd in Noord-Afrika nog in volle gang was en ondanks de Britse ervaringen in Dieppe, hielden de Amerikanen vast aan Roundup. De Amerikanen waren weliswaar bereid de strijd in de Middellandse Zee voort te zetten met landingen op Sicilië of Sardinië, waarvoor Eisenhower zelfs plannen had, maar Churchill zag zich gedwongen te benadrukken dat Roundup het hoofddoel van de geallieerde inspanningen moest zijn. De operatie werd hernoemd naar Overlord en de datum werd vastgesteld op 1 mei 1944.

 

De conferentie van Québec

 

Tussen 17 en 24 augustus, 1943 vond er in Québec (Canada) een conferentie plaats tussen de staatshoofden van hetVerenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. De hoofdvertegenwoordigers waren Winston Churchill (VerenigdKoninkrijk), Franklin Delano Roosevelt (Verenigde Staten) en William Lyon Mackenzie King (Canada). De belangrijkste besluiten die hier werden genomen gingen voornamelijk over het uitbreiden van de troepensterkte in Italië en het Verenigd Koninkrijk, met het oog op een invasie in Normandië. Daarnaast was Morgans plan voor Operatie Overlord zo goed als gereed.Een ander belangrijk punt was het verhevigen van de bombardementen op Duitsland.

 

 De conferentie van Teheran

 

De conferentie van Teheran vond plaats tussen 28 november en 1 december 1943. Tijdens deze conferentie, waaraan Stalin, Roosevelt en Churchill deelnamen, werden veel dingen besloten voor na de oorlog, voornamelijk de verdeling van Duitsland en het vastleggen van grenzen van andere landen werd besproken. Wat belangrijk was voor de invasie was voornamelijk dat de invasie in mei 1944 gelanceerd zou worden, tezamen met een offensief tegen Vichy-Frankrijk.

 

Plan

 

Keuze van de landingsplaats

 

Door het beperkte vliegbereik van de geallieerde jachtvliegtuigen Spitfire en Hawker Typhoon was de keuze van de landingsplaatsen beperkt. Geografische omstandigheden beperkten de keuze tot het Nauw van Calais en de stranden van Normandië. Calais lag het dichtst bij het Verenigd Koninkrijk, de stranden daar waren het meest geschikt om te landen en de marsroute naar Duitsland was het kortst. Maar omdat een landing op deze kust erg voor de hand lag en Hitler ervan  overtuigd was dat de geallieerden hier zouden landen, was dit stuk kust ook het zwaarst verdedigd. Dit gaf de doorslag in de keuze voor Normandië. Als gevolg van de mislukte Canadese aanval op Dieppe in 1942, werd besloten geen directe aanval op een havenstad te ondernemen. Landingen over een breed front in Normandië moesten een bedreiging vormen voor de haven van Cherbourg en havens in Bretagne. Daarna zou een aanval via Parijs naar de grens van Duitsland volgen. Normandië was minder zwaar verdedigd dan het Nauw van Calais en vormde een onverwachte maar strategische springplank die de Duitsers zou verwarren en tot versnippering van hun troepen zou kunnen leiden. Voor een geslaagde operatie was het nodig om gedetailleerde kaarten van de kustlijn te hebben. Maar aangezien de beschikbare Franse stafkaarten (1:80 000) dateerden van rond 1890 en niet voldoende detail bevatten, was het noodzakelijk nieuwe kaarten te maken. Met hulp van het Franse verzet en Britse verkenningsvluchten met Spitfires waarbij luchtfoto’s werden genomen werd de geografie en bewapening in kaart gebracht. De militaire cartografie is van cruciaal belang geweest voor het slagen van de invasie. Reeds in 1942 werd begonnen met het verzamelen van alle informatie en het maken van kaarten.

 

Bron: Wikipedia.org/OperatieOverlord

 

 

 

Sterkte van de aanval

 

In december 1943 werd generaal Eisenhower tot Opperbevelhebber van de geallieerde invasie strijdkrachten benoemd. In januari 1944 volgde de benoeming van Generaal Montgomery als Bevelhebber van de grondstrijdkrachten. Aanvankelijk zouden drie divisies vanuit zee landen, ondersteund door twee luchtlandingsbrigades. Montgomery breidde dit snel uit tot vijf divisies over zee en drie via de lucht. In totaal zouden 47 divisies voor de operatie worden ingezet; 26 divisies van Britten, Canadezen, Commonwealth-troepen en vrije Europeanen, en 21 Amerikaanse divisies. Onder bevel van Admiraal Sir Bertram Ramsay zouden bij de invasie meer dan 6000 vaartuigen worden ingezet, waaronder 4000 landingsvaartuigen en 130 oorlogsschepen voor de beschieting van de kust. Daarnaast zouden 12000 vliegtuigen onder bevel van luchtmaarschalk Sir Trafford Leigh-Mallory worden ingezet om de landingen te ondersteunen, inclusief 1000 transportvliegtuigen om de 20000 parachutisten en luchtlandingstroepen over te brengen. 5000 ton bommen werd tegen de Duitse kustverdediging ingezet. Volgens documenten uit het Generaal Eisenhower Archief hebben (in totaliteit) 7000 schepen aan de invasie meegedaan, zowel de direct als niet-direct betrokken schepen.

 

Doelen

 

In de eerste veertig dagen moesten de volgende doelen worden bereikt:

• een bruggenhoofd vestigen, inclusief de steden Caen en Cherbourg, waarbij Cherbourg belangrijk was vanwege de haven

• uit het bruggenhoofd breken om Bretagne en de havens langs de Atlantische kust te bevrijden en verder op te rukken, met een frontlijn die zou lopen van Le Havre via Le Mans tot Tours.Na drie maanden moest een gebied zijn ingenomen dat werd begrensd door de rivieren de Loire in het zuiden en de Seine in het noordoosten.

 

m_north_american_b-25_mitchell m_canoncherbourg

 

Afleidingsplan

 

Om de Duitsers te misleiden zetten de geallieerden een massale afleidingscampagne op. De campagne kreeg de naam Operatie Fortitude en werd in twee delen gesplitst: Noord en Zuid. Operatie Fortitude Noord was bedoeld om de indruk te wekken dat de geallieerden Noorwegen wilden binnenvallen in samenwerking met de Russen. De Schotse generaal Sir Andrew Thorne had de leiding over deze operatie. Er werd een Vierde Leger in het leven geroepen dat bestond uit acht divisies. Er werd een hoop nep-radioverkeer geproduceerd, dat de Duitsers af zouden moeten luisteren. Twee divisies moesten de haven van Narvik binnenvallen en de rest zou zich concentreren op Stavanger, verder in het zuiden. Door de Duitse spionnen in Groot-Brittannië, die inmiddels al betrapt waren en nu als dubbelspion werkten, werd gemeld dat er Russische officieren in Edinburgh waren. Enkele eenheden die deel zouden nemen aan de invasie in Normandië doorliepen hun training in Schotland, waardoor de het leek alsof er een grote troepenconcentratie was in het noorden van Groot-Brittannië. Hitler, die er zelf al van overtuigd was dat de geallieerden Noorwegen zouden binnenvallen en daarin nu werd bevestigd, bracht een aanzienlijk deel van zijn zee- en landstrijdkrachten naar Noorwegen, ver van de uiteindelijke plaats van de invasie. Het andere deel van het plan, Operatie Fortitude Zuid, behelsde een veel grotere list en was bedoeld om de Duitsers wijs te maken dat de invasie bij het Nauw van Calais zou plaatsvinden. In de buurt van Dover werd een geheel fictief Eerste Amerikaanse Legerkorps gecreëerd, met nepgebouwen, nepuitrusting (waaronder opblaastanks) en misleidend radioverkeer. Generaal Patton werd als commandant van de eenheid genoemd. De Duitsers deden hun uiterste best om de juiste landingsplek te ontdekken en hadden een uitgebreid netwerk van geheim agenten in Zuid-Engeland. Deze waren allemaal ontmaskerd door de Britten, en werden ingezet als dubbelspionnen om de Duitsers te misleiden. Ze bevestigden de Duitse vermoedens dat de invasie bij het Nauw van Calais zou plaatsvinden.Om deze illusie in stand te houden werd voorafgaand aan de eigenlijke invasie het gebied rond Calais veel zwaarder gebombardeerd dan de landingszones in Normandië. Op de avond van de landing wierpen geallieerde vliegtuigen namaak-parachutisten af boven Calais om verwarring te zaaien. Ook na 6 juni bleven de geallieerden radarinstallaties en verdedigingswerken rondom Calais intensief bombarderen. Lange tijd verkeerden de Duitsers in de veronderstelling dat de aanval in Normandië slechts een afleidingsmanoeuvre was. Op bevel van Hitler werden tankeenheden achter de hand gehouden om tegen de verwachte aanval bij Calais te worden ingezet. Omdat de geallieerden in de weken die voorafgingen aan de invasie vaak voor een vals alarm hadden gezorgd, werd het ‘echte’ alarm niet meer geloofd door het Duitse Zevende Leger, waardoor dit er te laat achterkwam dat de invasie wel degelijk was begonnen.

 

Speciale voorbereidingen

 

Voor de landing in Normandië en het opruimen van de door de Duitsers aangelegde versperringen, werd onder leiding van Generaal-Majoor Percy Hobart een aantal speciale voertuigen ontwikkeld; onder meer de Duplex Drive Shermantank die bleef drijven en varend het strand kon bereiken; de Sherman Crab, een normale Shermantank met een (dors)vlegel voor de tank die alle mijnen opruimde zonder de tank te beschadigen; bruggenleggende Churchilltanks; en tanks die loopgraven konden opvullen en rijpaden konden aanleggen. Deze voertuigen werden ook wel Hobart’s Funnies genoemd.Het plan voorzag ook in de bouw van twee kunstmatige Mulberryhavens om gedurende de eerste paar weken van de campagne, als er nog geen zeehavens veroverd zouden zijn, de noodzakelijke voorraden zo snel en efficiënt mogelijk aan land te kunnen brengen. Operatie PLUTO (Pipe Line Under The Ocean) bestond uit een serie onderzeese pijpleidingen die brandstof uit Engeland naar de invasiestrijdkrachten zou overbrengen.

 

Bron: Wikipedia.org/OperatieOverlord

 

 

Geallieerde slagorde

 

De slagorde was ongeveer als volgt, van oost naar west: D-day aanvalsroutes naar Normandië.

• Britse 6de luchtlandingsdivisie, waaronder de 8steen 9de parachutistenbataljons van de 3deparachutistenbrigade en de 1ste Canadeseparachutistenbataljon, voert ten oosten van de rivierde Orne een luchtlanding uit per parachute enzweefvliegtuig om de oostelijke flank tebeschermen.

• Britse speciale eenheden landen bij Ouistreham inde Queen Red sector, de meest oostelijke sector.

• De Britse 3de Infanteriedivisie landt samen met deBritse 27ste pantserbrigade op Sword Beach, van Ouistreham tot Lion.

• Britse speciale eenheden landen ver westelijk vanSword Beach.

• De Canadese 3de infanteriedivisie, Britse 2de pantserbrigade en een marinecommando landen op Juno Beach,van St Aubin tot La Riviere.

• Het Britse 46ste Commando’s bij Juno landt op een klif aan de oostelijke zijde van de monding van de rivier Orneom een daar gebouwde geschutsbatterij te vernietigen. (Het vuur van de batterij bleek zo verwaarloosbaar datdeze eenheid op zee werd gehouden als drijvende reserve, ze ging pas op D+1 aan land.)

• De Britse 50e divisie en de Britse 8ste pantserbrigade landen op Gold Beach, van La Riviere tot Arromanches.

• Commando 47 (RM) landt aan de westflank van Gold Beach.

• Het Amerikaanse vijfde legerkorps (US 1e Infanteriedivisie en US 29e Infanteriedivisie) landt op Omaha Beach,van St. Honorine tot Vierville sur Mer.

• US 2e Ranger bataljon bij Pointe du Hoc.

• Het Amerikaanse zevende legerkorps (US 4e Infanteriedivisie met andere eenheden) landt op Utah Beach, rondPouppeville en La Madeleine.

• De US 101e Luchtlandingsdivisie landt rond Vierville.

• De US 82e Luchtlandingsdivisie landt rond Sainte-Mère-Église, ter bescherming van de westelijke flank.

 

 

                                         m_800px-d-day_allied_assault_routes  

 

Maquis

 

Activiteiten van het Franse verzet, de Maquis, hielpen om de Duitse communicatie en aanvoerlijnen te ontregelen.Het Franse verzet had op 1 en 3 juni 1944 en dus enige dagen voor de landing – via de BBC-radio – het volgendecodewoord (uit het gedicht Chanson d’automne van Paul Verlaine) ontvangen: “Les sanglots longs des violons del’automne.” Dat betekende dat de invasie binnen 48 uur zou plaatsvinden.[13] Op 5 juni 1944 werd het tweede deel van het codewoord uitgezonden door Londen: “Blessent mon coeur d’une langueur monotone.” De landing zou nubinnen 24 uur plaatsvinden. De Duitse inlichtingendienst was al achter deze codewoorden gekomen en wist ookdat de landing aanstaande was. De Duitse inlichtingendienst merkte op dat het Franse verzet in opperste staat van paraatheid was gebracht en dat de codes van de Geallieerden eerder waren gewijzigd dan voorheen het geval was. Dit alles maakte de invasie alleen maar waarschijnlijker. Maar hoe goed men van Duitse zijde ook was ingelicht, er werd niet goed op de waarschuwing van een naderende invasie gereageerd. Zelfs niet, toen de invasie in volle gang was. Het gehele kustgebied was door de Duitsers uitgebreid versterkt, als onderdeel van hun Atlantikwall. Dit gold ook voor de stranden en de zee vlak voor de kust. Hierdoor was het noodzakelijk de aanval bij laag water uit te voeren, om de versperringen te kunnen ontdekken en onschadelijk te kunnen maken. Het gebied werd door vier divisies bewaakt, waarvan er slechts één (de Duitse 352e Infanteriedivisie) in goede conditie was. Veel andere divisies bevatten Duitse manschappen die om medische redenen niet geschikt geacht werden voor actieve dienst aan het oostfront, en andere nationaliteiten, vooral Russen, die liever in Duitse dienst getreden waren dan hun leven in een krijgsgevangenkamp door te brengen.De 21e Panzerdivision bewaakte Caen, en de 12e SS Panzerdivision was in het zuidoosten gestationeerd. De soldaten van deze laatste waren allen in 1943 op 16-jarige leeftijd direct uit de Hitlerjugend gerekruteerd. In de komende gevechten zouden ze een reputatie van felheid en fanatisme verwerven. Een gedeelte van het gebied achter Utah Beach was door de Duitsers onder water gezet (inundatie) als voorzorgsmaatregel tegen parachutistenlandingen. Voorafgaand aan de strijd hadden de geallieerden het gebied zorgvuldig in kaart gebracht, waarbij ook veel zorgbesteed was aan de weersgesteldheid rond Het Kanaal. Voor de operatie was eb nodig en goed zicht. D-Day werd oorspronkelijk bepaald op 5 juni 1944, maar slecht weer noopte tot uitstel. Op 6 juni waren de weersomstandigheden niet veel beter, maar Generaal Eisenhower koos ervoor om niet tot de volgende volle maan te wachten. Deze beslissing hielp bij het verrassen van de Duitsers, omdat hun experts, gelet opde weersomstandigheden, geen aanval verwachtten. Rommel was zelfs op 4 juni naar Duitsland vertrokken om thuis  de 50e verjaardag van zijn vrouw te vieren.

 

 

Duitse voorbereidingen

 

In november 1943 besloot Hitler dat de dreiging van een invasie in Frankrijk niet langer kon worden genegeerd. Alles wat Duitsland nog aan pantserreserves kon vrijmaken, werd gereserveerd voor de opbouw van een pantser strijdmacht in Frankrijk. Zo had alleen al de dreiging van een invasie als gevolg dat Duitsland aan het Oostfront geen enkel strategisch initiatief kon ondernemen. Veldmaarschalk Erwin Rommel werd aangesteld alsI nspecteur van de kustverdediging en later als Commandant van Legergroep B, de grondstrijdkrachten die waren belast met de verdediging van Noord-Frankrijk Rommel was ervan overtuigd dat een invasie alleen kon worden gestopt door een tegenaanval op de stranden. Dit diende zo vroeg mogelijk te geschieden, met pantservoertuigen of met sterke ondersteuning daardoor, als de vijand nog geen gelegenheid had gehad een stevig bruggenhoofd op te bouwen. Rommel wilde dan ook de beschikbare pantser eenheden zo dicht mogelijk bij de kust stationeren. Maar Rommels bevoegdheden waren tamelijk beperkt, doordat hij geen opperbevelhebber van de Duitse strijdkrachten in het westen was: die titel was voorbehouden aan veldmaarschalk Gerd von Rundstedt. Von Rundstedt gaf de voorkeur aan een legering van de pantser troepen dieper in het achterland, zodat eerst de aanvalsrichtingvan de vijandelijke troepen kon worden bepaald, waarna een krachtige tegenaanval kon worden gelanceerd. Von Rundstedt werd in zijn visie gesteund door de commandant van ‘Pantsergroep West’, Geyr von Schweppenburg, die op zijn beurt gesteund werd door generaal-kolonel Heinz Guderian, de Inspecteur-generaal van de pantsertroepen.  Dit verschil in opvattingen had te maken met de oorlogservaring vande verschillende bevelhebbers. Von Rundstedt en Guderian hadden hun front ervaring opgedaan in een periode dat de Luftwaffe eenoverweldigend luchtoverwicht had. Rommel had juist ervaren hoe zeer de geallieerden hun overwicht in de lucht wisten uit te buiten. Ten tijde van de invasie bestond de Duitse luchtverdediging van de Noord-Franse kust uit slechts 169 vliegtuigen, omdat de vliegvelden in dit gebied reeds lang onderhevig waren aan voortdurende geallieerde bombardementen. De Luftwaffe zou op 6 juni slechts twee acties uitvoeren.Om aan de discussie een eind te maken, splitste Hitler de zes beschikbare pantserdivisies in Noord-Frankrijk op. Drie werden onder direct bevel van Rommel geplaatst; de andere drie werden op afstand gelegerd en konden niet zonderde directe toestemming van Hitlers persoonlijke staf worden ingezet.

 

Kustlijn

 

Het Duitse opperbevel kampte met een tekort aan manschappen en probeerde dit gebrek te verhelpen met hetbouwen van bunkers voor meerdere doeleinden. Deze muur van bunkers werd de Atlantikwall genoemd, omdat hetvan Noord-Noorwegen tot aan de grens van Frankrijk met Spanje liep. De plannen om een groot aantal versterkte posities, bunkers, artilleriestukken, luchtafweergeschut, versperringen en barrières vlak langs de kust te bouwen, waren al eind 1941 gereed. Noorwegen had toen al een verdedigingslinie aan de kust liggen. Deze was al direct na de Duitse inval opgezet. Zoals eerder bij de bouw van soortgelijke installaties in Noorwegen, werden in de daaropvolgende jaren honderdduizenden buitenlandse en Duitse arbeidskrachten ingezet om de Atlantikwall te bouwen. Deze (dwang)arbeiders stond onder toezicht van Organisation Todt. De hoofddoelen waren: 1. Het versterken van de Frans-Belgische kustlijn 2. Het versterken van alle sectoren langs Het Kanaal en de Kanaalkust. Er werd in een zeer hoog tempo gebouwd. Dit zorgdeervoor dat op de dag dat de invasie plaatsvond, er 12.247 van de 15.000 geplande verdedigingswerkenklaar waren. Ook waren er 943 fortificaties aan de Middellandse Zeekust gebouwd. Tevens hadden de Duitsers op de verschillende stranden meer dan 500.000 versperringen gebouwd en 6,5 miljoen mijnen gelegd. Dit was allemaal het idee van veldmaarschalk Rommel, die er alles aan deed om de kust te veranderen in één groot verdedigingswerk. Echter, Rommel was er van overtuigd, net als de andere Duitse legerleiders, dat de landing zou plaatsvinden in het Nauw van Calais. Dit had tot gevolg dat hij dit gebied, waar het 15de leger was gestationeerd, het zwaarst liet versterken. Daardoor was de verdediging van het 7e Leger, waar de geallieerden daadwerkelijk aan land kwamen, verzwakt. Dit waren echter niet de enige problemen. De Duitsers hadden grote problemen met het kustgeschut, dat een groot bereik over zee moest hebben. Dit was niet het geval en daarbij kwam ook nog het feit dat de tweede verdedigingslinie, die 20 tot 30 kilometer landinwaarts was aangebracht, slechts voor een deel klaar was. Verder had het versterken van de grote havens in Cherbourg, Brest, Lorient en Saint-Nazaire erg veel mankracht en materieel opgeslokt, omdat de Duitsers dachten dat de geallieerden dicht bij een grote haven zouden landen. De Duitsers hadden veel hindernissen aan de kust opgesteld. Deze vormden voor de geallieerden op D-Day een groot probleem. De hindernissen waren primitief en vergden veel arbeidskracht, maar de versperringen waren goedkoop, makkelijk te maken en wellicht het belangrijkste, zeer effectief. De hindernissen waren bij vloed niet te herkennenen alleen bij eb zichtbaar. De Duitsers hadden de verdedigingslinie als volgt opgebouwd:

• Het dichtst bij de zee stond een rij grote houten palen, gericht op zee en aan de kop zaten mijnen bevestigd.

• Achter deze houten palen zaten hindernissen gemaakt van drie boomstammen.

• Hierna volgde de Thetrahydra; piramidevormige hindernissen gemaakt van ijzeren balken.

• Deze werden gevolgd door Tsjechische egels; hindernissen bestaande uit drie ijzeren balken, die in het middenaan elkaar waren bevestigd. Deze 1,5 meter hoge constructies waren ontworpen om landingsvaartuigen en tankstegen te houden.

• Als laatste obstakel in zee waren Belgische poorten neergelegd. Dit waren poortvormige ijzeren constructies,gesteund door een onderstel bestaande uit ijzeren balken.

• Op de stranden hadden de Duitsers grote mijnenvelden aangelegd en hier en daar lagen Tsjechische egels.

• Bovenop de duinen en kliffen hadden zich Duitse mitrailleursnesten en geschutstellingen gevestigd.De mijnen werden door de Duitsers ook gebruikt op verschillende soorten mijnvlotten. Dit waren goed doordachte constructies die bedoeld waren om landingsvaartuigen al ver voor de kust op te blazen. Achter deze verdedigingswerken, verder landinwaarts, stonden de verschillende divisies van het leger al klaar om met de doorgebroken vijand af te rekenen. Maar in Normandië waren deze divisies erg zwak, aangezien de Duitse legerleiding dacht dat de invasie zou plaatsvinden rond de grote havens of in het Nauw van Calais. Daardoor hadden ze de sterkere divisies rondom de havenplaatsen gestationeerd en de zwakkere divisies aan de Normandische kust neergezet.

 

Bron: Wikipedia.org/OperatieOverlord
Divisies in het kustgebied

 

• De 716e Infanteriedivisie verdedigde de oostelijke helft van de landingszone, inclusief de meeste Britse enCanadese stranden. Deze divisie bestond voornamelijk uit afgekeurde Duitse soldaten voor het Oostfront en uitsoldaten van andere nationaliteiten, zoals Polen en Russische gevangenen.

• De 352e Infanteriedivisie verdedigde het gebied tussen Bayeux en Carentan, inclusief Omaha Beach. In tegenstelling tot veel andere divisies in dit gebied, was de 352 Infanteriedivisie een goed getrainde en uitgeruste divisie die veel oostfront veteranen bevatte. De divisie werd in november 1943 opgericht en moest al gauw anti-invasie trainingen ondergaan. Deze waren er speciaal op gericht om gelande troepen direct terug de zee in te drijven.

• Het 6e Parachutistenregiment verdedigde de belangrijke verbindings stad Carentan. Zij moesten voorkomen dat de Amerikaanse troepen van Omaha Beach contact maakt en met de Amerikaanse troepen van Utah Beach. Het regiment stond onderleiding van majoor Friedrich von der Heydte.

• De 91e Luchtlandingsdivisie verdedigde de Cotentin Peninsula, waaronder zich het gebied van de Amerikaanse luchtlandingen bevond. De divisie was een samenvoeging van het 1057e en 1058e Infanterieregiment en stond onder leiding van Generaal-majoor Wilhelm Falley. Het was een normale infanteriedivisie en was getraind en uitgerust om door de lucht te worden vervoerd.

• De 709e Infanteriedivisie verdedigde het oostelijke en noordelijke deel van de Cotentin Peninsula, waaronder Cherbourg en Utah Beach. De divisie was een samenvoeging van het 729e, 739e en 919e Infanterieregiment en stond onder leiding van Generaal-Luitenant Karl-Wilhelm von Schlieben. Evenals de 716e Infanteriedivisie, bestond deze divisie uit afgekeurde Duitse soldaten en troepen uit het oosten. Divisies in het achterland.

• 243e Infanteriedivisie verdedigde de westelijke helft van de Cotentin. Hier landden geen geallieerde troepen en de divisie werd later ingezet tegen de Amerikaanse luchtlandingstroepen en de gelande troepen op Utah Beach. De divisie stond onder leiding van Generaal-Luitenant Heiz Hellmich en omvatte het 920e Infanterieregiment (tweebataljons), het 921e Infanterieregiment en het 922e Infanterieregiment.

• 711e Infanteriedivisie verdedigde het westelijk deel van de Pays de Caux en dus ook de belangrijke havenstad LeHavre. De divisie was een samenvoeging van het 731e Infanterieregiment en het 744e Infanterieregiment.

• 30e Mobiele Brigade bevatte drie fietsbataljons en stond onder leiding van Oberstleutnant Freiherr von und zuAufsess.

 

Luchtlandingen

 

Het succes van de amfibische landing hing voor een groot deel afvan de luchtlandingen. De luchtlandingstroepen kregen de taak om achter de kustverdediging enkele belangrijke punten in te nemen, zoals bruggen en wegen. Deze punten moesten later helpen de vorming en uitbreiding van het bruggenhoofd te versnellen. Ook moest het ervoor zorgen dat de Duitsers geen grootschalige tegenaanvallen konden lanceren. De troepen die op de stranden  landden waren namelijk, zonder stevig bruggenhoofd, zeer kwetsbaar bij een tegenaanval. Ook werden de troepen achter de stranden gedropt om zo de druk tijdens de landing al te verlagen. In enkele gevallen wisten de troepen ook de Duitse kustverdediging te neutraliseren.De Amerikaanse luchtlandingstroepen, de 82e en 101e Luchtlandingsdivisie, kregen taken toegewezen ten westen van Utah Beach. De Britse 6e Luchtlandingsdivisie kreeg doelen toegewezen aan de oostelijke flank van de landingsplaatsen.

   m_748px-eisenhower_d-day m_amerikaanse soldaten bij een dc-3 dakota vliegtuig

 

Britse luchtlandingen

 

De Britse 6e Luchtlandingsdivisie was de eerste grote eenheid die in actie kwam, namelijk om 00.10. Hun doelen waren de Pegasusbrug en andere bruggen over de rivieren die de oostflank van het landingsgebied bestreken, en een geschutsbatterij bij Merville. De kanonnen van de batterij werden vernield, en de bruggen werden gehouden tot de divisie later op 6 juni werd afgelost. Aan de oostelijke flank was het open, vlakke gebied tussen de Orne en Dives ideaal voor Duitse tegenaanvallen. Tussen het amfibische landingsgebied en deze vlakte liep de Orne, die vanuit Caen in noordoostelijke richting naar de baai van de Seine loopt. De enige manier voor de Duitsers om deze rivier over te steken, was over de bruggennabij Bénouville en Ranville. Deze lagen zeven kilometer van de kust verwijderd, maar was voor de Duitsers de enige weg om een tegenaanval te lanceren op de oostelijke flank. De bruggen waren voor de geallieerden eveneens van vitaal belang. Ze hadden de bruggen nodig bij een aanval op Caen, indien deze vanuit het oosten zou worden gelanceerd. De Geallieerden besloten daarop om luchtlandingstroepen in te zetten. Aangezien dit gebied direct achter de Brits-Canadese sector lag, werd besloten om hier Britse luchtlandingstroepen in te zetten. De Britse 6e Luchtlandingsdivisie kregen de volgende tactische doelen: 1. De bruggen nabij Bénouville en Ranville intact veroveren. 2. De weg naar de stranden afsluiten voor een tegenaanval met pantsertroepen. 3. De Merville Batterij, die Sword Beach bedreigde, veroveren. 4. Vijf bruggen over de Dives vernietigen, om Duitse troepenverplaatsingen in het oosten te vertragen of beperken. De luchtlandingstroepen landden kort na middernacht op 6 juni en kwamen direct in aanraking met Duitse troepen van de 716e Infanteriedivisie. Bij het aanbreken van de dag ondernam de Duitse 21e Pantserdivisie een tegenaanval vanuit het zuiden. De tegenaanval vond plaats aan beide zijdes van de Orne. De luchtlandingstroepen hadden inmiddels al een verdedigingsgordel opgezet rond de bruggen. Ondanks zware verliezen wisten de Britse troepenstand te houden. Later op de dag werden de troepen aangesterkt met commando’s van de 1st Special Service Brigade. De Duitsers lanceerden nog kleine tegenaanvallen, maar de Britten wisten eenvoudig stand te houden. Aan het einde van D-Day had de 6e Luchtlandingsdivisie al haar doelen bereikt. In de volgende dagen wisten de Britten, ondanks verwoede Duitse tegenaanvallen, stand te houden. De eerste dagen probeerden de Duitsers de Britten nog van hun posities te verdrijven, maar na 12 juni ondernamen de Duitse troepen geen serieuze acties meer om het Britse bruggenhoofd bij Ranville te doorbreken. De luchtlandingstroepen, inmiddels aangevuld met grondtroepen, hielden tot begin september stand, alvorens ze definitief werden ontzet.

 

Amerikaanse luchtlandingen

 

De Amerikaanse 82e en 101e Luchtlandingsdivisie, gezamenlijk ongeveer 14.000 manschappen, hadden het minder makkelijk. De troepen landden gedeeltelijk als gevolg van de onervarenheid van de piloten en gedeeltelijk vanwege het moeilijke terrein zeer verspreid en ongeorganiseerd. Sommigen kwamen in de onder water gezette gebieden of zelfs in zee terecht. Het werd al snel duidelijk dat niet alle doelen op tijd gerealiseerd konden worden.Als eerste werden drie regimenten van de 101e Luchtlandingsdivisie gedropt. Dit gebeurde tussen 00:48 en 01:40uur. Ze werden snel gevolgd door troepen van de 82e Luchtlandingsdivisie, die landden tussen 01:51 en 02:42. Elke operatie omvatte ongeveer 400 C-47’s. Vlak voor het aanbreken van de dag landden ook nog troepen per zweefvliegtuigen, die antitankwapens en extra munitie meebrachten. Tijdens de avond landden nog eens twee artilleriebataljons per zweefvliegtuig. Ze namen 24 houwitsers met zich mee, die de komende dagen ingezet zouden worden. Na 24 uur kwamen slechts 2.000 man van de 82e en 2.500 man van 101e Luchtlandingsdivisie georganiseerd inactie. Vele andere zwierven en vochten nog dagen na de landing ongeorganiseerd achter de Duitse linies. Het feit dat de Amerikanen overal verspreid waren geland had de Duitsers echter ook verward, zodat ze geen grootschalige tegenaanvallen durfden te ondernemen. Ook hielp het dat de Duitsers gebieden onder water hadden gezet. Aanvankelijk hadden ze dit gedaan voor hun eigen verdediging, maar naderhand hielp het de Amerikaanse troepen. Het gebied dat onder water was gezet, dekte de Amerikaanse zuidelijke flank. De luchtlandingstroepen vochten enkele dagen achter de vijandelijke linies. Veelal werd er geopereerd in kleinegroepen. Vaak waren het ook nog mannen uit verschillende compagnieën, bataljons, regimenten of zelfs divisies. De82e Luchtlandingsdivisie bezette de plaats Sainte-Mère-Église op de vroege morgen van 6 juni, wat de stad de titel van eerste bevrijde stad van de invasie opleverde.

 

Bron: Wikipedia.org/OperatieOverlord

 

Amfibische landingen

Ouistreham

 

De vierde commando-eenheid ging aan land, geleid door eenheden van de Vrije Franse strijdkrachten, zoals zij onderling waren overeen gekomen. De troepen hadden afzonderlijke doelen in Ouistreham; de Fransen een kazemat en het casino, dat als hoofdkwartier van de Duitsers fungeerde, en de Britten twee batterijen die het landingsgebied bestreken. De kazemat bleek te sterk voor de PIAT (Projector Infantry Anti Tank) draagbare granaatwerpers, maar het casino werd genomen met hulp van een Centaur genietank. De Britse commando’s bereikten beide batterijen en ontdekten dat de kanonnen waren verwijderd. Het afronden van de operatie aan de infanterie overlatend, trokken de commando’s zich uit Ouistreham terug om zich bij de parachutisten van de zesde luchtlandingsdivisie te voegen.

 

Sword Beach

 

Op Sword Beach kwamen de Britten met flinke verliezen aan land. De Duitse verdedigingswerken bij la Bréchewerden om 10.00 uur veroverd. Door Duitse tegenaanvallen kwamen de troepen een paar minuten te laat op Swordaan, maar nog wel op tijd om te helpen bij de verdediging van de bruggen bij Bénouville. Hierna boekten ze echter slechts langzaam voortgang. Aan het eind van de dag waren ze nog geen acht kilometer landinwaarts opgerukt. Ook Caen, een belangrijk doelwit, was aan het eind van de dag nog in Duitse handen.

 

Juno Beach

 

m_landings_at_st_aubin-sur-mer m_op omaha beach ligt een gesneuvelde amerikaanse soldaat

 

De Canadese en Britse strijdkrachten die op Juno Beach landden, werden geconfronteerd met 11 zware batterijen van 155mm geschut en negen middelzware batterijen met 75mm kanonnen, evenals met machinegeweer nesten, geschutsbunkers, en andere betonnen fortificaties, en een zeemuur die twee keer zo hoog was als op Omaha Beach. De eerste aanvalsgolf leed 50% verlies, het hoogste percentage van alle stranden, met uitzondering van Omaha Beach. Ondanks de tegenstand, de Duitse versterkingen en de obstakels, slaagden de Canadezen en Britten er binnen enkele uren in om het strand achter zich te laten en hun opmars landinwaarts te beginnen. De 1st Hussars van het zesde Canadese pantserregiment waren de enige Geallieerde eenheid die op 6 juni de gestelde doelen voor de dag haalden, toen ze de weg Caen-Bayeux, 12 km landinwaarts, bereikten. Tegen het eind van D-Day waren er 14.000 Canadezen aan land gegaan, en de derde Canadese divisie was verder in Frankrijk doorgedrongen dan welke andere geallieerde eenheid ook.

 

Gold Beach

 

Op Gold waren de verliezen ook zeer hoog, gedeeltelijk doordat de drijvende Sherman tanks vertraging opliepen, gedeeltelijk doordat de Duitsers een direct aan zee liggend dorp zwaar hadden versterkt. De 50e divisie overwon evenwel deze problemen en was aan het eind van de dag bijna tot de buitenwijken van Bayeux gevorderd. Na de Canadezen kwamen zij het dichtst bij de gestelde doelen. Commando-eenheid No.47 was de laatste Britse commando-eenheid om aan land te gaan op Gold, ten oosten van LeHamel. Hun taak was om landinwaarts op te rukken, en dan af te slaan naar het westen. Hier dienden zij 10 mijl door vijandelijk gebied op te rukken en de kusthaven van Port en Bessin vanaf de landzijde aan te vallen. Deze kleine haven, aan de uiterste westelijke zijde van de Britten, lag goed verscholen tussen de kalkrotsen.

 

 

Omaha Beach

 

Op Omaha Beach had de Amerikaanse 1e infanteriedivisie het zwaar te verduren. De drijvende Sherman tanks warenvrijwel allemaal al voor het bereiken van de kust verloren gegaan. Het zeer zware bombardement had de Duitse versterkingen gemist. Hun tegenstander, de 352ste infanteriedivisie, was de beste van alle divisies die langs de stranden gelegerd waren, en had  posities op steile kliffen die het strand overzagen. De divisie verloor meer dan 4000 man. Desondanks hergroepeerden de overlevenden zich, wisten door de strandverdediging te breken en begonnen landinwaarts op te rukken. Een beslissende rol hierbij speelden de geallieerde torpedobootjagers, die, voor zover hun diepgang dat toestond, de Duitse kazematten zo dicht mogelijk naderden en ze dan met direct vuur het zwijgen oplegden. Eisenhower had al op het punt gestaan verdere landingen op deze plek af te lassen.

 

m_opeengepakt en vol angst varen de soldaten naar de kust van omaha beach m_torchlandings

Utah Beach

 

In schrille tegenstelling hiermee stonden de verliezen op Utah Beach. Van de 23.000 man die aan land gingen, kwam slechts 197 man om; de geringste verliezen van alle stranden. Hier had het bombardement door middelzwarebommenwerpers zijn doel wél getroffen en waren de landingstroepen per ongeluk op een betere plaats geland. De beoogde landingsplaats was 1 km naar het noorden waar betere verdedigingswerken en meer bunkers lagen. De aanval op Utah Beach verliep in vier verschillende golven:

• De eerste aanvalsgolf bestaat uit twintig landingsvaartuigen van het type LCVP’s (Landing Craft VehiclePersonnel, platbodems met aan de voorkant een brede klep om zover mogelijk het strand op te komen), met elkdertig manschappen.

• De tweede aanvalsgolf bestaat uit 32 LCVP’s, waaronder ook genietroepen.

• De derde aanvalsgolf, die een kwartier na de eerste landing aankwam, bestond uit acht LCT’s met gepantserdevoertuigen.

• De vierde aanvalsgolf was voornamelijk samengesteld uit detachementen van het 237e en 299e geniebataljon. Zijkregen de taak om de stranden te zuiveren.Ook in de sector Utah rukten de troepen landinwaarts op en maakten verbinding met een deel van deluchtlandingsdivisies aldaar.

 

Pointe du Hoc

 

Het doel van het Amerikaanse tweede Ranger-bataljon was de massieve betonnen rotsbatterij bij Pointe du Hoc. De taak was om onder vijandelijk vuur de 30 meter hoge kliffen met touwen en ladders te beklimmen, en dan de kanonnen aan te vallen en te vernietigen. Men nam aan dat deze zowel de Omaha- als Utah-sector bestreken. De versterkte posities werden bereikt, maar de kanonnen werden niet vernietigd want ze waren op een eerder moment door de Duitsers verplaatst. De verliezen van de groep bedroegen bijna 50 procent.

 

Bron: Wikipedia.org/OperatieOverlord

 

Reacties zijn afgesloten.