Operatie Market Garden

m_map-inval-1940

De Duitse inval, 10 mei 1940.

 

 

Operatie Market Garden was de codenaam voor een geallieerd offensief in september 1944. Het bestond uit een grootschalige luchtlanding (Market) en een grondoffensief vanuit België (Garden). Het plan hield in dat de Britse, Poolse en Amerikaanse luchtlandingstroepen belangrijke bruggen over Nederlandse rivieren zouden innemen, waarna grondtroepen via deze bruggen snel zouden kunnen doorstoten naar het IJsselmeer.Daarmee zouden de Duitse troepen in het westen van Nederland in de tang zijn genomen en was er tevens de mogelijkheid om naar het oosten door te stoten, waar het Ruhrgebied, het industriële hart van Duitsland, lag.Bovendien werd op deze manier de gevreesde Westwall omzeild. Over het algemeen wordt de uitkomst van Market Garden als een mislukking gezien. Het afsnijden van de Duitse troepen in het westen van Nederland en het doorstoten naar het Ruhrgebied konden geen doorgang vinden, omdat de laatste en meest cruciale doelstelling van de operatie, de brug bij Arnhem, niet op tijd bereikt kon worden.Geschat wordt dat de oorlog hierdoor met een half jaar werd verlengd en het noordelijk deel van Nederland een lange hongerwinter tegemoet ging.

Achtergrondinformatie 

In de zomer van 1944 waren de kansen voor de Asmogendheden gekeerd. De Japanse vloot kreeg in de Stille Oceaan veel tegenslagen te verwerken en kwamen de Amerikanen steeds dichter bij het moederland. In Europa deed zich eenzelfde situatie voor. De westelijke geallieerden waren op 6 juni 1944 geland op de Normandische kust en hadden daar al vrij snel een stevig bruggenhoofd gevestigd. De Atlantikwall, door Hitler als onneembare vesting neergezet, was bezweken onder de grote geallieerde druk.

Bevrijding Frankrijk en België 

 

Nadat Parijs was gevallen rukten de geallieerden in snel tempo op. In Zuid-Frankrijk voerden de Amerikanen met de Vrije Fransen Operatie Dragoon uit. Na zware gevechten om Toulouse en Marseille konden de troepen vanuit Zuid-Frankrijk zonder al te veel weerstand snel oprukken richten het noorden. Frankrijk was begin september op enkele steden na in zijn geheel bevrijd.De geallieerden trokken door naar België en namen op 3 september werd de hoofdstad Brussel bevrijd. Één dag later viel de havenstad Antwerpen in handen van de oprukkende troepen. Dankzij de hulp van het Belgische verzet voelen zowel de havenwerken als de tunnel bij Antwerpen onbeschadigd in geallieerde handen.

Plan voor Market Garden 

De Britse bevelhebber veldmaarschalk Bernard Montgomery, pleitte tijdens de geallieerde opmars door Europa voor een bruggenhoofd in de Duitse linies. Na enige twijfel ging opperbevelhebber Eisenhower akkoord met het gewaagde plan van van de Brit. Het plan van Montgomery bestond uit twee delen, Operatie Market en Operatie Garden, en hield in dat Britse en Amerikaanse luchtlandingsdivisies belangrijke bruggen over, onder andere, de Rijn, de Maas en de Waal moestenveroveren, waarna grondtroepen uit België via deze bruggen op konden rukken richting het IJsselmeer. Hierdoor konden de Duitsers in Nederland in een tangbeweging worden gepakt en was het mogelijk om op te rukken naar het Ruhrgebied, waar het hart van de Duitse oorlogsindustrie was.Het plan was zeer ambitieus en snelheid was van belang. Het Britse 30e Legerkorps, onder leiding van Luitenant-generaal Brian Horrocks, moest vanuit België oprukken en binnen drie dagen in Arnhem zijn. Hiervoor moesten binnen deze drie dagen alle tussengelegen bruggen veroverd zijn. De Amerikaanse 101e Luchtlandingsdivisie (Screaming Eagles), onder leiding van Generaal-majoor Maxwell Taylor, moest alle bruggen tussen Eindhoven en Veghel veilig stellen. De andere Amerikaanse luchtlandingsdivisie, de 82e Luchtlandingsdivisie (All-American), onder leiding van Brigade-generaal James Gavin, kreeg de opdracht om alle bruggen Grave en Nijmegen te veroveren. De Briste 1e Luchtlandingsdivisie, onder leiding van Generaal-majoor Roy Urquhart, moest de bruggen over de Rijn bij Arnhem innemen. De Poolse 1e Onafhankelijke Parachutistenbrigade, onder leiding van Stanisław Sosabowski, ondersteunden de Britten bij Oosterbeek, ter verdediging van de Rijn. De operatie zou worden voorafgegaan door een bombardement om het Duitse luchtdoelgeschut en de vliegvelden in het zuiden van Nederland uit te schakelen. Operatie Market omvatte het luchtlandingsplan en Operatie Garden het grondoffensief, samen werd dit Operatie Market Garden.

m_kaartg

 

http://nl.wikipedia.org/wiki/Operatie_market_garden

 

Verdeeldheid

 

Begin september naderde de Britse 21e legergroep, onder leiding van verldmaarschalk Bernard Montgomery, de Belgisch-Nederlandse grens, terwijl Generaal Omar Bradley met zijn 12e legergroep ten zuiden van de Ardennen niet meer ver van de Duitse grens was verwijderd. De opmars begon echter zijn vaart kwijt te raken doordat alle munitie, brandstof en andere legervoorraden nog altijd vanuit Normandië moest worden aangevoerd. Bovendien nam de Duitse tegenstand stevig toe nu de geallieerden de Duitse grens naderden. Montgomery wilde via het Ruhrgebied in één keer doorstoten naar Berlijn. Patton wilde daarentegen een snelle doorbraak forceren in het Saarland. Beide bevelhebbers waren het eens over het feit dat de vluchtende Duitsers niet de tijd mochten krijgen om te herstellen. Opperbevelhebber Dwight D. Eisenhower was echter een andere mening toegedaan. Hij vond één doorstoot te riskant en wilde over een breed front oprukken. Eisenhower was van mening dat het ondanks de logistieke problemen mogelijk moest zijn om Patton van voldoende materieel te voorzien, zonder daarbij in te korten op de voorraden van Montgomery Op 2 september, tijdens een bespreking met Bradley, Patton en Hodges, verklaarde Eisenhower dat hij zowel in het noorden (Montgomery) als in het zuiden (Patton), wilde oprukken.  Eisenhower ging ervanuit dat de Duitsers hun troepen concentreerden rondom het Ruhrgebied en het Saarland. Hierop moesten dan ook de geallieerde legers op worden aangepast. Zo kreeg Patton als versterking de beschikking over een extra legerkorps. Het zwaartepunt van de geallieerden bleef echter, zoals op 23 augustus afgesproken, voorlopig nog in het noorden liggen. Rekening houdend met de penibele voorraadsituatie, verwachtte Eisenhower op korte termijn het punt waarop de geallieerde aanvallen noodgedwongen zouden stagneren en het initiatief uit hand werd gegeven. Voor dit punt bereikt was, wilde hij echter over een zo breed mogelijk front posities innemen die een succesvolle eindstrijd garandeerde. Dit hield in dat hij een doorbraak wilde forceren in de Westwall en een aantal bruggenhoofden over de Rijn wilden vormen. Daarnaast hoopte hij op de verovering van zowel het Rurhgebied, als het Saarland. Naast de bevoorrading deden zich er nog meer problemen voor, met name op het gebied van communicatie tussen de geallieerde commandanten. Door de snelle opmars waren de hoofdkwartieren over heel het veroverde gebied verspreid. Eisenhower zat zelfs nog in Granville aan de Normandische kust. Montgomery, wiens bevel over alle geallieerde grondtroepen eerder was afgenomen, was er heilig van overtuigd dat zijn plan, een doorstoot naar het Ruhrgebied, de oorlog nog voor Kerstmis kon beëindigen. Hij had zijn plan voorgelegd bij Eisenhower, maar kreeg te horen dat er over een breed front zou worden aangevallen.De Brit eiste daarop een persoonlijk gesprek met de Amerikaanse opperbevelhebber, dat plaatsvond op 10 september 1944. Één dag voor deze conferentie, kreeg hij vanuit Londen het bericht dat de eerste V2’s Engeland hadden getroffen en dat men voornemens was om de hoofdstad in zijn geheel te evacueren. Dit was een belangrijke factor in het uiteindelijke plan van Montgomery. Hij wilde een doorbraak forceren over de Waal en Rijn, waarna West-Nederland, waar de V2’s zich bevonden, zou worden afgesneden. Eisenhower kwam in de middag aan op het vliegveld in Brussel, waar het onderhoud met Montgomery plaats zou vinden. Al snel uitte de Britse veldmaarschalk hevige kritiek op Eisenhower, omdat de Amerikaan over een breed front wilde oprukken. Nadat Eisenhower de Brit tot bedaren had gebracht, opperde deze direct dat hij Berlijn binnen een paar maanden zou bereiken, mits alle bevoorrading op zijn 21 legergroep werd geconcentreerd. Eisenhower was echter de mening toegedaan dat Montgomery in dat geval teveel divisies zou moeten achterlaten om de flanken te beschermen, waardoor de opmars ergens diep in vijandelijk gebied tot stilstand werd gebracht. Dit zou er voor kunnen zorgen dat zijn legergroep werd ingesloten en in het meest slechte geval vernietigd. Daarnaast wilde de Amerikaanse opperbevelhebber eerst de waterwegen naar de haven van Antwerpen vrij maken. Hiermee zouden de aanvoerproblemen grotendeels worden opgelost. Montgomery liet het daar niet bij zitten en vertelde Eisenhower over het feit dat de Britten na diverse V2-aanvallen nu overwogen om Londen te evacueren. Ten slotte kwam Montgomery met zijn plan dat hij van te voren zorgvuldig had uitgewerkt. De Britse bevelhebber wilde bij Arnhem een bruggenhoofd over de Rijn vestigen na in een eerder stadium er al een over de Maas te hebben geslagen. Daardoor zouden de Duitse troepen in West-Nederland, waar de V2’s zich bevonden, worden ingesloten. Vanuit het bruggenhoofd zouden de geallieerden om de Westwall, die eindigde bij Kleef, heen kunnen trekken en van daaruit het Ruhrgebied kunnen innemen om de belangrijkste Duitse industrie te vernietigen. Daarna konden de geallieerden via de Noord-Duitse laagvlakte naar Berlijn kunnen doorstoten. Dit terrein was ideaal voor een snelle opmars met tanks. Het bruggenhoofd zou moeten worden gevormd door het 2e Britse leger, dat zich aan de Nederlands-Belgische grens bevond. Langs de marsroute van de Belgische grens totaan Arnhem zouden bij iedere rivier- en kanaalovergangen luchtlandingstroepen worden gedropt. Die zouden de bruggen moeten veroveren en standhouden totdat het Britse leger arriveerde.Eisenhower was diep onder de indruk van het gedurfde plan. De Amerikaan besefte echter wel dat de uitvoering van het plan leidde tot een vertraging van het vrijmaken van de Antwerpse haven. De bevoorradingsproblemen zouden voortduren en aangezien Montgomery alle voorraden nodig had, zou Patton zijn opmars in het Saarland niet kunnen voortzetten. Daar tegenover stond dat bij uitvoering van het plan het noordelijk front weer in beweging kwam en men een bruggenhoofd over de Rijn sloeg. Dit gaf voor Eisenhower de doorslag en hij ging akkoord met het plan van de Britse veldmaarschalk. Hij gaf Montgomery de opdracht zijn offensief zo snel mogelijk uit te voeren. Eisenhower zei nadrukkelijk dat het beslist niet zijn bedoeling was, dat Montgomery na het slagen van de operatie direct zou doorstoten naar Berlijn. De Amerikaan gaf het vrijmaken van de haven naar Antwerpen prioriteit. Toen Bradley, bevelhebber van de 12e legergroep, waar tevens het 3e leger van Patton onder viel, kennis nam van het plan, maakte hij onmiddellijk bezwaar tegen het plan. Hij vertelde tegen Eisenhower dat de aanval ervoor zorgde ze met een zak in het front kwamen te zitten. Eisenhower was het niet eens met de bezwaren en liet weten het een verantwoorde gok te vinden. Het plan zou, ondanks de bezwaren van diverse Amerikaanse bevelhebbers, doorgang vinden.

http://nl.wikipedia.org/wiki/Operatie_market_garden

Operatie Market

 

Operatie Market was de codenaam van het luchtlandingsplan. In Engeland was het Eerste GeallieerdeLuchtlandingsleger gevormd, onder bevel van de Amerikaanse luitenant-generaal Lewis Brereton. Drie geallieerde luchtlandingsdivisies zouden worden afgeworpen boven de Nederlandse steden Eindhoven, Arnhem en Nijmegen en de weg vrijmaken voor het Britse XXXe Legerkorps, dat opgesteld was nabij Neerpelt, aan de Belgisch-Nederlandse grens. Op de eerste dag zou dit korps Eindhoven moeten hebben bereikt, op de tweede dag Nijmegen en op de derde dag Arnhem.

                         m_dropzones

 

Eindhoven

 

De Amerikaanse 101e Luchtlandingsdivisie, bijgenaamd de Screaming Eagles, onder bevel van Generaal-majoor Maxwell Taylor, werd in het gebied rond Eindhoven gedropt. Er waren dropzone’s in Best, Son, Sint Oedenrode en Veghel. De divisie moest de bruggen over de rivier de Aa en Zuidwillemsvaart bij Veghel, de brug over de Dommel bij Sint Oedenrode en de brug over het Wilhelminakanaal bij Son innemen. Vervolgens moesten de manschappen oprukken tot Eindhoven en daar contact zien te leggen met oprukkende grondtroepen van het XXXe Korps.

Nijmegen

 

De Amerikaanse 82e Luchtlandingsdivisie, bijgenaamd All American, onder bevel van Generaal-majoor James Gavin, kreeg het gebied rond Nijmegen toegewezen. De dropzone’s bevonden zich bij Groesbeek, Overasselt en Grave. Deze divisie had de taak om de brug over de Waal bij Nijmegen in te nemen, alsmede de brug over de Maas bij Grave en ten minste één brug over het Maas-Waalkanaal.

 

m_market_garden_home       m_operatie-market-garden-4119

Arnhem

 

De Britse 1e Luchtlandingsdivisie, onder bevel van majoor-generaal Roy Urquhart, zou landen nabij Arnhem. Er waren dropzone’s in Wolfheze en Oosterbeek. Deze divisie moest de verkeersbrug in Arnhem veroveren en deze minstens 48 uur bezet houden, totdat er versterking zou komen vanuit het zuiden. Deze divisie zou later steun krijgen van de Poolse 1e Onafhankelijke Parachutistenbrigade, onder bevel van Generaal-majoor Stanisław Sosabowski die later werden gedropt.

Operatie Garden

 

Het Britse 30e Legerkorps, onder leiding van Luitenant-generaal Brian Horrocks, moest uit het bruggenhoofd over het Maas-Scheldekanaal bij Neerpelt oprukken over de door de luchtlandingstroepen vrijgemaakte route. Ze moesten de route volgen over de as Eindhoven, Sint Oedenrode, Veghel, Uden, Grave, Nijmegen en Arnhem. Van daaruit moest het korps doorstoten naar het IJsselmeer om de Duitse troepen in West-Nederland af te snijden. Hierna moesten er bij Doesburg, Zutphen en Deventer bruggenhoofden over de IJssel worden geslagen, waarna men directkon doorstoten naar het Ruhrgebied. De voorhoede van het Britse 30e Legerkorps werd gevormd door de pantserdivisie “Guards”. Daarachter kwamen de 43e Wessex- en de 50e Northhumberland-infanteriedivisie. Ten slotte volgden nog de Britse 8e pantserbridage en de Nederlandse Prinses Irene Brigade. Het Britse 30e Legerkorps bestond uit ruim 100.000 manschappen en omvatte ongeveer 22.000 voertuigen. Dit moest tot aan Arnhem over slechts één weg worden verplaatst. De grondoperatie was dus zeer kwetsbaar voor tegenaanvallen. Om de kwetsbaarheid ietwat te verminderen, werden nog twee legerkorpsen ingezet om de flanken te beveiligen. Het Britse 8e Legerkorps dekte de rechterflank, terwijl de linkerflank werd beschermd door het Britse 12e Legerkops.

http://nl.wikipedia.org/wiki/Operatie_market_garden

Operatie Garden

 

Het Britse 30e Legerkorps, onder leiding van Luitenant-generaal Brian Horrocks, moest uit het bruggenhoofd over het Maas-Scheldekanaal bij Neerpelt oprukken over de door de luchtlandingstroepen vrijgemaakte route. Ze moesten de route volgen over de as Eindhoven, Sint Oedenrode, Veghel, Uden, Grave, Nijmegen en Arnhem. Van daaruit moest het korps doorstoten naar het IJsselmeer om de Duitse troepen in West-Nederland af te snijden. Hierna moesten er bij Doesburg, Zutphen en Deventer bruggenhoofden over de IJssel worden geslagen, waarna men direct

kon doorstoten naar het Ruhrgebied. De voorhoede van het Britse 30e Legerkorps werd gevormd door de pantserdivisie “Guards”. Daarachter kwamen de 43e Wessex- en de 50e Northhumberland-infanteriedivisie. Ten slotte volgden nog de Britse 8e pantserbridage en de Nederlandse Prinses Irene Brigade. Het Britse 30e Legerkorps bestond uit ruim 100.000 manschappen en omvatte ongeveer 22.000 voertuigen. Dit moest tot aan Arnhem over slechts één weg worden verplaatst. De grondoperatie was dus zeer kwetsbaar voor tegenaanvallen. Om de kwetsbaarheid ietwat te verminderen, werden nog twee legerkorpsen ingezet om de flanken te beveiligen. Het Britse 8e Legerkorps dekte de rechterflank, terwijl de linkerflank werd beschermd door het Britse 12e Legerkops.

Duitse wanorde en herstel

Dolle Dinsdag

 

Toen de geallieerden België binnen enkele dagen hadden veroverd, leek het een kwestie van tijd dat ook Nederland werd bevrijd. Radio Oranje zond zelfs een proclamatie uit van Koningin Wilhelmina:

 

“Leve het Vaderland! Nederland herrijst. De bevrijding is begonnen. Landgenoten. Er hangt veel af van uw rustige, ordelijke en

eendrachtige houding in de komende dagen. Ik en mijn verantwoordelijke raadgevers hopen spoedig weer op vaderlandse bodem te zijn

ten einde de leiding van s lands zaken weer op te nemen.”

Minister-President Gerbrandy maakte bekend dat de geallieerde troepen de Nederlandse grens waren gepasseerd. Op 4 september meldde de BBC zelfs dat Breda al was bevrijd. In heel Nederland ontstond een vrolijke stemming. De geruchten varieerden per stad. In Rotterdam werd verteld dat de Canadese troepen al bij de Moerdijk waren, terwijl in Amsterdam al de ronde ging dat Rotterdam en Den Haag waren bevrijd. De Duitse Rijkscommissaris, Arthur Seyss-Inquart, had op 1 september 1944 het bevel gegeven dat alle Duitse burgers in Nederland naar het oosten van het land moesten worden geëvacueerd. Zodra het nodig was, konden ze naar Duitsland ontsnappen. Zelf betrok Seyss-Inquart een bunker in Apeldoorn. Anton Mussert, leider van de Nationaal Socialistische Beweging (NSB), gaf zijn partijleden de raad om ook naar het oosten te vluchten. In eerste instantie verliep de evacuatie vrij ordelijk en rustig, maar na de val van Antwerpen en de proclamatie van de koningin ontstond er grote paniek. Grote aantallen NSB’ers verzamelden zich op de stations om naar het oosten of Duitsland te vluchten. Duitse soldaten deserteerden en vluchten eveneens naar het oosten of het vaderland.

De Nederlanders kregen steeds meer het gevoel dat het einde van de oorlog nabij was. In het zuiden van het land had men dagenlang kanongebulder gehoord en iedereen was aan het wachten op de eerste geallieerde troepen. Diverse oranje lintjes en Nederlandse vlaggen werden uitgehangen, maar de troepen kwamen maar niet. Al snel besefte het verzet dat Breda helemaal niet was bevrijd, zoals wel werd gemeld. Ze kwamen er zelfs achter dat de Britten niet eens de grens waren gepasseerd. Ze begonnen zich ongerust te maken en hoopte dat de geallieerden snel aanvielen, nu de Duitsers nog ongeordend rond renden.

 

Duitse orde hersteld

 

m_sherman meets strurm m_4401

Op 4 september 1944 onthief Hitler Veldmaarschalk Walter Model van het opperbevel in het westen. Hij benoemde hem tot bevelhebber van Legergroep B. Model was blij met de nieuwe situatie, aangezien hij zichzelf geen geschikte opperbevelhebber bevond. Hij had een hekel aan alle administratieve zaken die erbij kwamen kijken; het liefste was hij tussen zijn troepen aan het front.Direct na zijn benoeming tot bevelhebber van Legergroep B, kreeg hij te maken met grote problemen. Zijn legergroep was door de geallieerden in tweeën gesneden. Het 15e leger, onder leiding van Von Zangen, bevond zich ten zuiden van de Westerschelde en probeerde via Walcheren en Zuid Beveland naar Brabant te ontkomen. Het 17e leger was door de Amerikaanse troepen teruggeslagen naar Aken en Maastricht. Tussen beide legers bevond zich een gat van ruim 120 kilometer. Mede door dit gat vluchtten Duitse soldaten naar het noorden en oosten van Nederland. Model was bang dat het Britse 2e leger, dat aan de Nederlandse grens stond, in dit gat dook. Model, die faam had gemaakt aan het oostfront, had tevens de zware taak om de wanordelijke terugtocht tot staan te brengen. Hij liet een dagorder uit gaan, waarin hij een oproep deed om de terugtocht te staken. Slechts weinigenbereikte deze dagorder. Luitenant-generaal Kurt Chill had de dagorder wél ontvangen. Hij was in de strijd vrijwel zijn gehele 85e infanteriedivisie kwijt geraakt. Hij kreeg het bevel om de restanten ervan te verzamelen en zich daarna terug te trekken naar Duitsland. Toen hij de wanordelijke terugtocht zag en de dagorder van Model las, besloot hij het eerdere bevel te negeren. Nadat hij zijn troepen had verzameld, liet hij de soldaten zich aan het Albertkanaal ingraven en plaatse hij officieren op de brug. Deze officieren kregen de taak om de vluchtende troepen tegen te houden. De troepen, variërend van kanonniers tot koks, werden gebruikt ter verdediging van het Albert Kanaal. De wanordelijke terugtochtin dit gebied was tot staan gebracht en het Albertkanaal werd nu gedeeltelijk verdedigd. Op 4 september 1944 kreeg Kurt Student het bevel van Hitler om het 1e Duitse Parachutistenleger samen te stellen en daarmee het gat tussen Antwerpen en Maastricht te dichten. Student kreeg de beschikking over 4000 getrainde parachutisten en moest het verder zien te doen met oudere mannen zonder gevechtservaring, werkelozen van de luchtmacht, matrozen en luchtdoelartilleristen. Hij kreeg tevens de beschikking over vijfentwintig tanks. Student stuurde onmiddellijk zijn parachutisten vooruit en binnen vierentwintig uur waren ze bij het Albertkanaal. Daar maakte hij een verkenningstocht en kwam tot de conclusie dat Chill een klein wonder tot stand had gebracht. Student richtte zijn hoofdkwartier in bij Vught. Het leger van Student kreeg onverwachts versterking. Von Zangen was er met zijn 15e leger in geslaagd om met allerlei vaartuigen de Westerschelde over te steken en trok via Zuid-Beverland naar Brabant. Het gat tussen de twee legers van Model begon zich langzaam te sluiten en daarmee was één van zijn voornaamste problemen opgelost.

http://nl.wikipedia.org/wiki/Operatie_market_garden

 

                   m_front 17 sept

 

Verloop van de slag

 

Dag 1: Zondag, 17 september

 

Op de vliegvelden in Groot-Brittannië stonden de troepen klaar bij de vliegtuigen voor het begin vanOperatie Market Garden. Om 09.45 uur stegen de eerste vliegtuigen op. Ze zetten koers naar het naartwee verzamelpunten, Hatfield, even ten noorden van Londen, en March. De totale luchtvloot bestond uit 1073 troepentransportvliegtuigen en 500 zweefvliegtuigen die begeleid werden door meer dan 1500 jagers. Dit was geen overbodige luxe gezien de lage snelheid (200 km/u) en de gering vlieghoogte (500m). Na twee uur was het hele leger van 20.000 man, 511 voertuigen en 330 stukken geschut in de lucht. De Noordzee was kalm en er lagen tientallen reddingsboten om eventuele drenkelingen te redden.

 

Landingen bij Eindhoven

         

                                m_kaartb

 

De Amerikaanse 101e Luchtlandingsdivisie had bovenhet door de geallieerde België een rustige vlucht gehad. Toen ze bij de Belgisch-Nederlandse grens waren, zagen ze lange colonnes van het Britse 30e Legerkorps klaarstaan. Al snel over de grens werden de vliegtuigen van de 101e Luchtlandingsdivisie stevig onder vuur genomen. De langzaam en laagvliegendevliegtuigen waren, zeker op klaarlichte dag, een eenvoudig doelwit voor het Duitse afweergeschut. Integenstelling tot in Normandië, bleven de formaties ditmaal wel gesloten en werd er dwars door hetafweergeschut naar de landingsgebieden gevlogen. Van de 424 Dakota’s werden er zestien neergeschoten en raakten er iets meer dan honderd beschadigd. Van de zeventig zweefvliegtuigen bereikte er drieënvijftig hun bestemming. Ondanks de verliezen, beschouwde Maxwell Taylor, de bevelhebber van de 101e Luchtlandingsdivisie, de landing als een groot succes. Vrijwel alle troepen waren op de juiste plaats geland, hetgeen de snelheid van de operatie ten goede kwam. Het 501e regiment dat bij Veghel was geland, had die plaats en de bruggen over de Aa en de Zuid-Willemsvaartbinnen twee uur ingenomen. Het 502e regiment nam al vrij snel Sint Oedenrode in en veroverde de brug over de Dommel. Één compagnie van het 502e regiment werd direct naar de brug overhet Wilhelminakanaal bij Best gestuurd. Deze brug stond niet op de route, maar diende als reserve brug voor het geval de brug nabij Son niet onbeschadigd in handen van de geallieerden viel. Het 506e regiment rukte direct van de Sonse Heide op naar de brug over het Wilhelminakanaal bij Son. Die brug was het hoofddoel van het regiment. Vlak voordat ze het dorp bereikte, kwam het regiment onder hevig vuur van de Duitsers te liggen. Het 88 mm kanon werd al vrij snel uitgeschakeld en de troepen namen het dorp in. Toen ze oprukten naar de brug, werd deze voor hun ogen door de Duitsers opgeblazen. Geniesoldaten hadden de brug binnen anderhalf uur deels hersteld, maar het was niet voldoende om voertuigen over te verplaatsten. Ze konden echter wel een klein bruggenhoofd aan de andere kant van de brug vestigen, waardoor het bouwen van een nieuwe brug minder gevaarlijk was. De reservebrug bij Best, was eveneens opgeblazen en dus moesten de genietroepen zo snel mogelijk een nieuwe, door tanks berijdbare,brug bouwen.

 

Landingen bij Nijmegen

 

 

m_kaartc

Waar de 101e Luchtlandingsdivisie een rustige vlucht over het bevrijdde België had, moest de 82eLuchtlandingsdivisie over een groot deel van Nederland vliegen. Hierdoor was de vlucht een stukonrustiger. Niet ver van Vught, waar Kurt Student zijn hoofdkwartier had, stortte een Amerikaanszweefvliegtuig neer. Een door Student uitgezonden verkenningseenheid vond in de borstzakken van een dode officier het complete plan van Operatie Market Garden. Niet veel later had Student het plan op zijn bureau liggen en wisten de Duitsers wat de geallieerden allemaal van plan waren. De landingen van de 82e Luchtlandingsdivisie verliepen eveneens vrij succesvol. Nadat de hoofdmacht was geland, werd er nog een eenheid met twaalf uitneembare 75 mm houwitsers gedropt. Het 504e regiment landde bij Overasselt. Één compagnie van dit regiment kwam vlak ten zuiden van de Maas bij Grave terecht. Het doel was de brug met een lengte van 520 meter te veroveren. Deze brug moest onbeschadigd in handen van de geallieerden vallen, want een nieuwe brug maken was vrijwel onmogelijk. Na een kort, maar hevig gevecht viel de brug in Amerikaanse handen] Nog diezelfde dag werd er contact gemaakt met de troepen die ten noorden van de brug waren geland. De geallieerden kregen van het verzet te horen dat veel Duitsers uit Nijmegen vluchtten en dat de Waalbrug slechtwerd verdedigd. Bevelhebber van de 82e Luchtlandingsdivisie, James Gavin, besloot in de avond van de eerste dag een verrassingsaanval te doen. Twee compagnieën trokken de stad binnen. Één peloton kwam tot aan de brug, maar stuitte daar op zware tegenstand. Het was een verkennings- eenheid van de 9e SS-Pantserdivisie, welke door Willi Bittrich direct na de landingen naar Nijmegen was gestuurd.

 

Landingen bij Arnhem

 

m_britse para bij wolfheze m_crash

In de morgen en middag vlak voor de landingen werd de omgeving van Arnhem en de stad zelf flink aangevallen door jachtvliegtuigen. Zij hadden het voornamelijk voorzien op het Duitse luchtdoel geschut. Het centrum van Arnhem werd hierbij flink toegetakeld. In de omgeving van Heelsum en Wolfheze waren in de middag de eerste Britse troepen geland. De landingen werden perfect uitgevoerd en er was geen weerstand. Urquhart vestigde zijn hoofdkwartier aan de bosrand. Hoewel er geen Duitsers te bekennen waren, waren er al direct problemen voor de Britten. De radioapparatuur deed het niet goed en de radiotelegrafisten hadden de grootste moeite om contact te krijgen met andere bataljons, laat staan het opperbevel. Bovendien hoorde Urquhart dat een groot deel van de verkenningseenheid van Majoor Freddy Gough niet aangekomen was. Drieëntwintig zweefvliegtuigen van de divisie hadden door kabelbreuk hun bestemming niet bereikt. Het grootste deel van de verkenningsafdeling was hierdoor al uitgeschakeld. Men moest dus afzien van een snelle verrassings aanval. De Britten hadden als opdracht om zo snel mogelijk naar de verkeersbrug in Arnhem op te rukken, een afstand van 13 kilometer. Daarnaast moesten ze het landingsgebied behouden, aangezien er nog een tweede golf volgde op 18 september. De helft werd naar Arnhem gestuurd, de andere helft zette een verdedigingsgordel op rondom het landingsgebied. Door het wegvallen van de verkenningseenheid en het feit dat er geen verbinding was tussen de eenheden, besloot Urquhart er zelf op uit te trekken. Achteraf gezien bleek dit een van de slechtste beslissingen. Zowel het Britse 1e, als het Britse 3e bataljon liepen op de eerste dag ernstige vertraging op. Een paar honderdDuitse soldaten onder leiding van Sepp Krafft hielden de Britse eenheden op. Door de voorzichtigheid van de Britten konden de Duitsers lang stand houden. Daarnaast werden beide bataljons flink opgehouden door de burgerbevolking. Alleen de opmars van het 2e bataljon, onder leiding van Majoor John Frost, verliep voorspoedig. Hij had op de zuidelijke route geen last van tegenstand. De spoorbrug van Arnhem werd op het moment dat het bataljon arriveerde opgeblazen en bij de schipbrug ontbrak het middenstuk. De enige overgebleven brug bleef dus de verkeersbrug. Deze moest ten koste van alles worden ingenomen, zonder enige beschadiging. Frost en zijn eenheid nestelde zich aan de noordzijde van de brug in enkele gebouwen. Twee aanvallen om de brug en haar toegangswegen in zijn geheelte bezetten faalden. De troepen bleven aan de noordzijde zitten. De Britten werden constant vanuit een kazemat onder vuur genomen, waarna Frost besloot er twee man met een vlammenwerper op af te sturen. De vlammen bereikte echter ook een houten schuur, die dienst deed als munitiedepot. Een flinke chaos was het gevolg. Op datzelfde moment opende de Duitsers ook aan de andere kant van de brug het vuur. Frost kwam al snel tot de conclusie dat hij met alleen zijn eenheid niet in staat was het andere einde van de brug te bezetten. Het 3e bataljon was ondertussen pas halverwege de geplande route gekomen. Het 1e bataljon was in stukjes uiteengevallen, maar trok, zij het met een flink aantal schermutselingen, wel een flink eind op. Ze wisten iets meer dan de helft van de route af te leggen.

Opmars Britse 30e Legerkorps

 

Om twee uur kwamen vlogen de vliegtuigen over de lange collones van het Britse 30e Legerkorps. Dit was hetsignaal voor de grondtroepen om te beginnen met hun aanval. Bevelhebber Brian Horrocks gaf het signaal voor de artilleriebeschietingen. Ongeveer 350 kanonnen openden het vuur op Duitse stellingen. Na langdurige beschietingen gaf Keith Heathcote, commandant van de voorste tankeenheid, om 14:35 uur het bevel om te gaan rijden. De tanks zetten zich in beweging en met een snelheid van gemiddeld twaalf kilometer per uur rolden ze over de weg. Het artillerievuur werd steeds verlegd. De infanteriesoldaten gebruiken de tanks tevens als vervoersmiddel. De colonne wordt beschermd door Typhoons die in de lucht rondvliegen. De pantsereenheden droegen gele linten als herkenningsteken. De eerste troepen zijn al snel de grens over. Aan beide zijden van de weg ligt de Kampfgruppe Walther. Ze laten de eerste tanks ongehinderd passeren, waarna ze het vuur openen. Binnen enkele minuten zijn negen tanks uitgeschakeld. De stukgeschoten tanks versperde de weg en de colonne moest stoppen. De grondtroepen vuurde paarse rookgranaten af om de Duitse stellingen te markeren en de Typhoons vielen deze vanuit de lucht aan. Het kostte de geallieerden enkele uren om de Duitse stellingen volledig op te rollen en de weg vrij te maken. Horrocks had in zijn planning opgenomen dat de twintig kilometer naar Eindhoven binnen twee, hooguit drie uur zouden zijn afgelegd. Toen de avond viel waren ze niet verder gekomen dan Valkenswaard, ongeveer halverwege.

http://nl.wikipedia.org/wiki/Operatie_market_garden

 

Dag 2: Maandag, 18 september

 

Op 18 september werd Eindhoven door de 101e US luchtlandingsdivisie bevrijd waarna het Britse landleger in de middag met deze divisie contact maakte. Er werd direct doorgestoten naar Son waar begonnen werd met het bouwen van een Bailey-brug. Ondertussen hadden het 2e en 3e bataljon van het 501e Parachute Infantry (Geronimo) Regiment, die geland waren op De Dubbelen tussen Eerde en Veghel deze plaatsen versterkt wegens een op handen zijnde Duits tegenoffensief. Dat begon op 18 september, toen Duitse troepen via het Duits Lijntje vanuit Schijndel de aanval op Veghel openden. Ondertussen werden de Amerikanen in Eerde door Duitse troepen bestookt vanuit de ten zuidoosten van het dorp gelegen zandduinen. De 82e Luchtlandingsdivisie probeerde ondertussen met man en macht de Waalbrug bij Nijmegen te veroveren maar alle pogingen werden afgeslagen. Rondom Groesbeek werden zware Duitse aanvallen vanuit het Reichswald tot staan gebracht. Daarnaast werd rondom Niftrik zwaar gevochten voor de spoor- en verkeersbrug over de Maas in handen te nemen. In en rondom Arnhem werd ook zwaar gevochten. De troepen bij de noordelijke oprit onder leiding van Luitenant-kolonel John Frost sloegen aanval na aanval af. Op de Ginkelse Heide landde de 4th Parachute Brigade onder Brigade-generaal John Hackett midden in een veldslag. De rest van de divisie probeerde de mannen bij de brug te bereiken maar konden niet door de, nu al zeer taaie, Duitse tegenstand breken.

 

m_4402 m_artillerie

Dag 3: Dinsdag, 19 september

 

Op 19 september leek het Operatie Market-Garden voor de wind te gaan: de grondtroepen hadden de brug bij Son gerepareerd, Britse tanks versterkten de ingenomen kanaalbrug bij Veghel en na een korte rit door het niemandsland tussen Veghel en Grave werd de link gelegd met de 82e Luchtlandingsdivisie. De verkeersbrug bij Niftrik was opnieuw veroverd, de brug bij Nijmegen kon echter opnieuw niet veroverd worden. Rondom Son werden zware Duitse tegenaanvallen gestopt. Het dorp Eerde onder Veghel was wederom in Duitse handen gevallen, waardoor de Duitsers op minder dan een kilometer afstand van de corridor zaten. Kolonel Johnson, die bang was dat de troepen inVeghel geïsoleerd kwamen te liggen, besloot om een deel van zijn regiment voor een tegenaanval naar Eerde te sturen. In Arnhem was het verloop van de dag catastrofaal. Het lukte de Britten niet om door te stoten naar de brug: met zeer zware verliezen moest er teruggetrokken worden op Oosterbeek. De 4e Parachutistenbrigade vocht zich kapot in hun poging de dropzone voor de bevoorrading te veroveren, slechts een klein deel lukte het om zich op Oosterbeek terug te trekken. Midden in de terugtrekking landde een deel van de Polen in zweefvliegtuigen met al hun zware materieel in de dropzone. Op dat moment werd er daar zwaar gevochten. Het grootste gedeelte van dit gevechtsmateriaal ging hierbij verloren. Bij de brug werd de situatie steeds zorgwekkender. In de avond bombarderen de Duitsers Eindhoven, hierbij komen 227 mensen om het leven.

Dag 4: Woensdag, 20 september

 

m_bridge m_britse sherman

Op 20 september lukte het eindelijk om de brug bij Nijmegen te veroveren. De Duitsers hadden explosieven aangebracht aan de Waalbrug, maar deze konden niet tot ontploffing worden gebracht door sabotage van verzetstrijder Jan van Hoof. De manschappen van de 82e staken in canvasbootjes onder zwaar vuur van de Duitsers de Waal over en wisten, met grote verliezen, de spoor- en verkeersbrug te veroveren. Deze Waaloversteek wordt nu door het Amerikaanse leger als een van hun meest heroïsche daden beschouwd. Tegen de tijd dat de brug in geallieerde handen is, was het avond en waren er niet genoeg grondtroepen beschikbaar om meteen de aanval richting Arnhem te beginnen. In Nijmegen werd op dat moment nog hard gevochten. In Arnhem was de situatie bij de brug uiterst precair. De brug was nog steeds in handen van de Britten maar zonder water, voedsel en met een gebrek aan munitie leek de uitslag duidelijk. Ook in de op 19 september gevormde perimeter rondom Oosterbeek werd zwaar gevochten; op dit moment waren er van de 10.000 gelande parachutisten van de 1e Luchtlandingsdivisie er slechts 3000 over in Oosterbeek en ongeveer 500 bij de brug. Bij het Brabantse Eerde hadden op 20 september weer zware gevechten plaats, waarbij een groot deel van het dorp in puin geschoten werd. Aan het einde van de dag hadden de Amerikanen het dorp echter opnieuw in handen.

 

Dag 5: Donderdag, 21 september

 

m_brugarnhem m_waalbrug nijmegen

Op 21 september werd in alle vroegte door de Duitsers het laatste Britse verzet bij de brug opgeruimd en deze werd onmiddellijk door de Duitsers gebruikt om versterkingen aan te voeren die de aanval van de Britse grondtroepen richting Arnhem moeten tegenhouden. De Duitse aanval begon in alle vroegte maar werd al snel tot staan gebracht, verder dan Elst op 5km van de brug bij Arnhem komen de Duitsers niet. Bij Driel landde het merendeel van de Poolse brigade, een deel van de vliegtuigen keerde terug naar Engeland zonder de parachutisten te droppen. In Oosterbeek probeerden de Duitsers de perimeter van de Rijn te scheiden maar na zware gevechten bleef de perimeter nagenoeg hetzelfde. Dit was mede dankzij de hulp van de zware artillerie van de Britse grondtroepen.

 

http://nl.wikipedia.org/wiki/Operatie_market_garden

 

Dag 6: Vrijdag, 22 september

 

Op 22 september werd de geplande zware Duitse aanval op de Britse parachutisten in de perimeter uitgesteld. Direct zetten de Duitsers 2500 man in tegen de op 21 september gelande Polen. Een verkenningsonderdeel van het Britse 30e Legerkorps wist via achterafwegen Driel te bereiken, waarmee de laatste link gelegd was. Onmiddellijk werden er plannen gemaakt om de perimeter rondom Oosterbeek te versterken met Poolse para’s. Hier kwam echter weinig van terecht. De Polen moesten de Duitsers afslaan en zij hadden nauwelijks boten. Bovendien lag de oversteekplaats onder Duits vuur vanaf de hoge oeverwal bij de Westerbouwing. Uiteindelijk werden er ongeveer 50 Polen inrubberbootjes de Rijn overgezet. Aangezien bronnen meldden, dat de Duitsers vanuit Schijndel een aanval planden op Veghel, besloten de Amerikanen de Duitsers in Schijndel te verslaan. De verovering van Schijndel verliep via Heeswijk en Eerde en het dorp werd zonder veel noemenswaardigheden bezet. Ondertussen hadden de Duitsers vanuit oostelijke richting een offensief op Veghel geopend. Terwijl de Amerikanen Schijndel innamen hadden Duitse troepen de corridor bij Eerde opnieuw doorbroken en het dorp veroverd. Ook bij het noordelijk van Veghel gelegen kerkdorp Mariaheide wordt de corridor door de Duitsers doorbroken, pas na 24 uur lukt het de geallieerden om de geallieerde corridor weer te heropenen.

 

m_tank m_sherman_tank_-_bomb_d365

 

Dag 7: Zaterdag, 23 september

 

Op 23 september werd rondom de perimeter hard gevochten en de Duitsers probeerden met sluipschutters en artilleriebeschietingen de Britse para’s murw te maken. Deze hadden een chronisch gebrek aan voedsel, medicijnen en munitie. Het grootste gedeelte van de dagelijkse droppings kwam in vijandelijke handen terecht. Nog eens 150 Polen van het 3e Bataljon wisten de Rijn over te steken en versterkten de perimeter.

 

Dag 8: Zondag, 24 september

m_4400 m_am para

Op 24 september bedachten de generaals van het 30e Britse Legerkorps een halfslachtige poging om de perimeter te versterken en hielden de Conferentie van Valburg. In de avond staken de 4th Dorsets de Rijn over maar zij kwamen door de Duitse beschietingen vanaf de Westerbouwing zo verspreid terecht dat maar heel weinigen de perimeter bereikten. Bij Veghel (Koevering) werd de geallieerde corridor opnieuw door Duitse troepen doorbroken. Dit is de nekslag voor de operatie. Er werd besloten om de overgebleven troepen uit de perimeter te evacueren.

 

Dag 9: Maandag, 25 september

 

Op 25 september werden de hele dag voorbereidingen getroffen om de para’s uit Oosterbeek te evacueren. Boten werden gereed gemaakt en de tactiek werd nog eens doorgenomen. De Polen zouden als laatste de overtocht maken, nadat ze de Britten hadden gedekt in hun overtocht.

 

m_82 ab bgen j m_bombardement-nijmegen

 

m_glider

 

Dag 10: Dinsdag, 26 september

 

In de nacht vond de grootschalige evacuatie plaats. In barre weersomstandigheden en onder dekking van zware artilleriebeschietingen vanuit Nijmegen, varen stormboten van de 43e Infanteriedivisie af en aan om de ongeveer 2400 manschappen naar de zuidelijke Rijnoever te brengen. Er waren echter te weinig boten, waardoor niet iedereen kon worden overgezet. Die nacht slaagde 2163 man erin om de rivier over te steken. Bij het aanbreken van de dag werd de evacuatie gestaakt. Duits vuur maakte verder gaan onmogelijk. De gewonden werden samen met de medische eenheden achtergelaten.Het was de hele dag doodstil in Oosterbeek en omstreken. De bewoners van het dorp en Arnhem kregen van de Duitsers het bevel het gebied te verlaten. De volgende dag begon de plundering door de Duitsers. In het zuiden in de sector van het 101e Luchtlandingsdivisie werd de corridor door de geallieerden weer geopend. Arnhem was niet meer de eindbestemming van de route, maar de nieuwe frontlijn lag bij Nijmegen. Later slaagde dankzij Nederlandse hulp nog eens 250 man erin om naar de overkant van de Rijn te komen. Daaronder waren de Brigade-generaals Hackett en Lathbury, welke in het Sint Elisabeth Ziekenhuis door waren gegaan voor Korporaal Eerste Klasse. Door het mislukken van Market Garden duurde de Tweede Wereldoorlog in Europa een half jaar langer dan als de operatie geslaagd zou zijn. Men vermoedde dat de oorlog voor kerst 1944 voorbij had kunnen zijn als de operatie wel geslaagd was. De operatie had veel militaire middelen gekost en de geallieerde opmars kwam vrijwel tot stilstand. Dit gaf de Duitsers de gelegenheid om het Ardennenoffensief voor te bereiden waar de geallieerden hun handen vol aan hadden. Doordat het mislukken van de operatie Market Garden samenviel met de Spoorwegstaking leed het westen van Nederland zwaar onder de hongerwinter en het staken van voedselvoorziening door de bezetter als represaille, terwijl het zuiden al bevrijd was.

 

m_kaarte

http://nl.wikipedia.org/wiki/Operatie_market_garden

 

Reacties zijn afgesloten.