Onderscheidingen

Militaire Willems- Orde

 

De Militaire Willems- Orde is de oudste en hoogste onderscheiding van het Koninkrijk der Nederlanden. Zij werd ingesteld bij de wet van 30 april 1815, no.5. Deze wet bestond uit 12 artikelen en was van kracht tot 30 april 1940. Op die datum werd zij met ‘behoud van haar deugelijk gebleken grondslagen’ herzien.

m_mwo

Het eerste artikel luidt nu: “Er is een Orde, strekkende tot belooning van militairen, in dienst van het Koninkrijk der Nederlanden, die zich in den strijd door het bedrijven van uitstekende daden van moed, beleid en trouw hebben onderscheiden.

In bijzondere gevallen kunnen ook niet-militaire Nederlandschen onderdanen alsmede vreemdelingen, die zich door zoodanige daden hebben onderscheiden in de Orde worden opgenomen.”

Klassen

De Militaire Willems- Orde bestaat uit 4 klassen:

  • Ridders der eerste klasse of Grootkruisen;
  • Ridders der tweede klasse of Commandeurs;
  • Ridders der derde klasse;
  • Ridders der vierde klasse.

Waterloo

m_ridderorde

Een ridder der Orde, die opnieuw in de strijd een uitstekende daad van moed, beleid en trouw heeft verricht, kan voor bevordering in de Orde in aanmerking komen. Prins van Oranje, de latere koning Willem II, was de eerste die in het register van de Orde werd bijgeschreven. In 1815 voerde hij bij Quatre Bras en Waterloo de Nederlandse troepen aan.

In totaal vonden er naar aanleiding van deze 2 veldslagen meer dan 1000 benoemingen plaats. In het vervolg van de 19e eeuw zouden nog talrijke benoemingen volgen. Zo leverde de Belgische Opstand in 1830 en de Tiendaagse Veldtocht, een jaar later, een groot aantal nieuwe ridders op.

Nederlands- Indië was bij uitstek het gebied waar men het ridderkruis der Militaire Willems- Orde kon verdienen. De provincie Atjeh spande in dit opzicht de kroon. De talloze militaire acties tussen 1873 en 1927 leverden 2 grootkruisen, 6 commandeurskruisen, 42 ridderkruisen derde klasse en meer dan 800 ridderkruisen vierde klasse. In totaal werden in de periode tot 1940 5.874 personen met de Militaire Willems- Orde gedecoreerd.

m_koningin beatrix

De wet biedt ook de mogelijkheid het ridderkruis vierde klasse toe te kennen aan onderdelen van de krijgsmacht die zich in de strijd hebben onderscheiden. Op grond hiervan is aan 6 onderdelen van de Nederlandse krijgsmacht en aan 2 buitenlandse eenheden de Militaire Willems- Orde toegekend. Aanleiding waren hun verrichtingen tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Individueel

Op 12 juli 1955 werd voor de voorlaatste keer aan 2 individuen de Militaire Willems- Orde uitgereikt. Kapitein J.H.C. Ulrici vanwege zijn rol in het verzet van 1940 tot 1945 en zijn optreden als militair in Nederlands- Indië en kapitein T.E. Spier vanwege zijn optreden als militair in Nederlands- Indië. De plechtigheid vond plaats op de Frederik Hendrikkazerne te Vught. De 2 officieren ontvingen de onderscheiding uit handen van prins Bernhard, die hun ook de traditionele Ridderslag gaf.

Het laatste conflict dat aanleiding gaf tot het uitreiken van een Militaire Willems- Orde, was de Korea- oorlog. Van de circa 3.500 militairen die bij het Nederlandse Detachement Verenigde Naties in Korea dienden, werden er 3, van wie 2 postuum, in de Orde benoemd.  De uitreiking op 29 mei 2009 aan kapitein Kroon van het Korps Commandotroepen is zodoende de eerste aan 1 persoon in 54 jaar.

Bron: NIMH (Nederlands Instituut voor Militaire Historie)

 

Herinneringsmedaille Vredesoperaties

 

m_649px-hvo__nato

Herinneringsmedaille Vredesoperaties met gesp “SFOR” (links) en NATO Medaille met gesp “FORMER YUGOSLAVIA” (rechts), op Nederlandse militaire wijze opgemaakt

De Herinneringsmedaille Vredesoperaties is een Nederlandse onderscheiding voor Nederlandse militairen en burgers die hebben deelgenomen aan vredesoperaties. De onderscheiding kan ook aan buitenlanders worden uitgereikt die onder Nederlandse leiding aan een vredesoperatie hebben deelgenomen.

m_herinneringsmedaille vredesop

Het soort optreden van de Nederlandse krijgsmacht wordt weerspiegeld in de uitgereikte decoraties en eretekens. Omdat de krijgsmacht de laatste jaren voornamelijk deelneemt aan vredesoperaties, is de Herinneringsmedaille Vredesoperaties op dit moment de meest uitgereikte onderscheiding.

Op dit moment worden de meeste herinneringsmedailles toegekend voor deelname aan de Nederlandse missie in de Afghaanse provincie Uruzgan. Iedere militair of burger die is uitgezonden, ontvangt de medaille. In de eerste helft van 2009 werden ruim 3300 Herinneringsmedailles Vredesoperaties voor deelname aan onder ander de internationale missies in Afghanistan, Tsjaad, Burundi, Kosovo, Bosnië-Herzegovina, Libanon en Irak.

Om in aanmerking te komen voor de versierselen moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan. Iemand moet minimaal 30 dagen aaneengesloten hebben deelgenomen aan een vredesoperatie en daarbij zijn plicht goed hebben uitgevoerd en zich goed hebben gedragen.

Instelling van de onderscheiding

De Herinneringsmedaille Vredesoperaties is op 23 maart 2001 ingesteld ter vervanging van de Herinneringsmedaille VN- Vredesoperaties en de Herinneringsmedaille Multinationale Vredesoperaties, die met ingang van die datum niet meer werden toegekend. Tot aan de instelling van de Herinneringsmedaille Vredesoperaties kregen deelnemers aan internationale vredesoperaties de Herinneringsmedaille VN- Vredesoperaties of de Herinneringsmedaille Multinationale Vredesoperaties, die per operatie steeds een verschillend lint hadden. Zo droegen militairen die aan verschillende vredesoperaties hadden deelgenomen meerdere keren dezelfde medaille aan verschillende linten. De instelling van de Herinneringsmedaille Vredesoperaties maakte hieraan een einde, voortaan werd deelname aan afzonderlijke vredesoperaties aangegeven door middel van een zogenaamde “gesp” (een metalen balkje) met de naam van de vredesoperatie. Deze gesp wordt op het lint van de onderscheiding bevestigd.

Voor operaties die niet onder de definitie van “vredesoperatie” vallen, zoals operaties in het kader van de algemene verdedigingstaak en artikel 5 van het Noord-Atlantisch Verdrag en operaties in het kader van humanitaire hulpverlening, zijn respectievelijk het Kruis voor Recht en Vrijheid en de Herinneringsmedaille Humanitaire Hulverlening bij Rampen ingesteld. Deze herinneringsmedailles kennen eigen gespen.

Toekenningscriteria

De Herinneringsmedaille Vredesoperaties wordt toegekend aan deelnemers van vredesoperaties die ten minste 30 dagen onafgebroken aan een vredesoperatie hebben deelgenomen en bij hun deelname “in alle opzichten een goede plichtsbetrachting en een goed gedrag hebben betoond”. In principe wordt bij elke nieuwe deelname aan een vredesoperatie (ook bij herhaalde deelname aan dezelfde missie) de medaille opnieuw toegekend. Neemt men meerdere malen aan dezelfde vredesoperatie deel, dan wordt dit door middel van een cijfer op de “gesp” aangegeven. De decorandus ontvangt bij toekenning behalve de versierselen (de medaille en/of gesp) ook een oorkonde.

Gespen

Door de jarenlange deelname van Nederland aan verschillende vredesoperaties is er intussen een groot aantal gespen ingesteld en toegekend. Er worden nog regelmatig nieuwe gespen ingesteld voor nieuwe operaties/missies.

De Herinneringsmedaille Vredesoperaties kent de volgende gespen:

Gesp

Jaar van instelling

Operatie/vredesmacht

Operatiegebied

UNMEE-DJIBOUTI 2001 United Nations Mission in Ethiopia and Eritrea and Djibouti (UNMEE) Ethiopië, Eritrea en Djibouti UNFICYP 2001 United Nations Pease-Keeping Force in Cyprus (UNFICYP) Cyprus UNTSO 2001 United Nations Truce Supervision Organisation (UNTSO) Israël, Libanon, Syrië en Egypte UNIPTF 2001 United Nations Police Task Force (UNIPTF) Bosnië en Herzegovina UNMIBH 2001 United Nations Mission in Bosnia and Herzegovina (UNMIBH) Bosnië en Herzegovina WEU MAPE 2001 WEU operatie Multinational Police Element Albanië EUMM 2001 European Union Monitor Mission Balkan-staten OVSE ALBANIË 2001 OVSE operaties in Albanië Albanië OVSE MOLDAVIË 2001 OVSE operaties in Moldavië Moldavië SFOR 2001 Stabilization Force Bosnië en Herzegovina KFOR 2001 Kosovo Force Kosovo MIF 2001 Multinational Interception Force Perzische Golf FEDMAC 2001 Deelname aan een Federation Mine Action Center Voormalig Joegoslavië BALKAN LUCHTOPERATIES 2001 NAVO luchtoperaties ter ondersteunig van operaties “Joint Forge” en “Joint Guardian“ Luchtruim boven voormalig Joegoslavië en de Adriatische Zee, ondersteuning vanuit Italië ESSENTIAL HARVEST 2002 NAVO operatie Essential Harvest Macedonië ECPA 2002 European Community Police Assistance Project in Albania Albanië OVSE MACEDONIË 2002 OVSE operaties in Macedonië Macedonië ISAF 2002 International Security Assistance Force Afghanistan, ondersteuning vanuit Oezbekistan ENDURING FREEDOM 2002 Enduring Freedom Ter zee: Rode Zee, Arabische Zee, Golf van Aden, Golf van Oman en de Perzische Golf, grondgebied en luchtruim van Arabisch Schiereiland, Oezbekistan, Kirgizië en Afghanistan AMBER FOX 2002 NAVO operatie Amber Fox Macedonië EUPM 2003 European Union Police Mission Bosnië en Herzegowina (vanaf 2002) en Macedonië (vanaf 2003) LUCHTVERDEDIGING TURKIJE 2003 Nederlandse operatie Tulip Guardian (8 februari – 4 maart 2003) of NAVO operatie Display Deterrence (vanaf 4 maart 2003) in Turkije n.a.v. Irakoorlog Turkije MINE ACTION CENTER 2003 Deelname aan een Mine Action Center (vanaf september 2002), waar ook ter wereld Wereldwijd EU OPERATIE CONCORDIA 2003 EU Operation Concordia (vanaf maart 2003) Macedonië STABILIZATION FORCE IRAK 2003 Stabilisation Force Iraq (vanaf 25 juni 2003) Irak UNMIL 2005 United Nations Mission in Liberia (UNMIL) Liberia SFOR/EUFOR 2005 Operatie in Bosnië ten tijde van overdracht SFOR naar EUFOR (2 september 2004) Bosnië en Herzegowina EUFOR 2005 European Force in Bosnia and Herzegovina (EUFOR) Bosnië en Herzegowina VN OPERATIES 2005 Diverse operaties van de Verenigde Naties: zie hieronder:     Opération des Nations Unies au Burundi (ONUB) Burundi     United Nations Advance Mission in Sudan (UNAMIS) Soedan     United Nations Word Food Programme Mission (UNWFP) Irak & Jordanië     Mission d’Organisation des Nations Unies en Républiquie démoctratique du Congo (MONUC) Congo-Kinshasa     United Nations Mission in Sudan (UNMIS) Soedan     United Nations Interim Force In Lebanon Libanon (vanaf 2007) NAVO OPERATIES 2005 Diverse operaties van de NAVO: zie hieronder:     NATO Training Implementatino Mission-Iraq (NTIM-I) Irak     NATO Traing Mission-Iraq (NTM-I) Irak EU OPERATIES 2005 Diverse missies van de Europese Unie: zie hieronder:     EUPOL Kinshasa Congo-Kinshasa     Aceh Monitorinig Mission (AMM) Atjeh, Indonesië     Border Assistance Mission (EUBAM) Israëlisch/Palestijns grondgebied     EU Security Mission (UESEC) Congo-Kinshasa     EU Security-Financial Mission ((EUSEC-FIN) Congo-Kinshasa     EUFOR DRC missie (vanaf mei 2006) Congo-Kinshasa en Gabon OVSE MISSIES 2005 Diverse missies van de OVSE: zie hieonder:     Kosovo Police Service School (vanaf september 2001) Kosovo     Opleidingsmissie in Servië en Montenegro (vanaf 2003) Servië en Montenegro MULTINATIONALE OPERATIES 2006 Diverse operaties: zie hieronder:     African Union Mission in Sudan (AMIS) Soedan     International Mililtary Advisory Team in Sudan (IMAT) Soedan

 

Bron: Wikipedia

Onderscheidingsteken voor langdurige dienst als officier

m_onderscheidingsteken_voor_eervolle_langdurige_dienst_als_officier_witte_achtergrond

m_onderscheidingsteken_voor_eervolle_langdurigedienst_als_officier

officierskruis_baton

Baton

Het Onderscheidingsteken voor Langdurige Dienst als officier, doorgaans het Officierskruis genoemd, is een militaire onderscheiding die wordt uitgereikt aan officieren in de Nederlandse krijgsmacht die ten minste 15 jaar in dienst zijn.

De onderscheiding werd op 19 november 1844 ingesteld door koning Willem II en wordt sindsdien uitgereikt op zijn verjaardag, 6 december. Omdat tijdens deze uitreikingen in het officiersverblijf traditioneel een glaasje jenever werd genuttigd, wordt ze ook wel het Jeneverkruis genoemd.

De koning bepaalt in het Koninklijk Besluit “dat het onderscheidingsteken bepaaldelijk bestemd (is) tot het beloonen van eenen eervollen langdurigen Nederlandschen effectieven diensttijd van officieren en daarmee gelijkgestelde personen behoorende tot het leger”.

Tot 30 december 1866 was het Onderscheidingsteken een verguld zilveren gesp die op een kleurig zijden lintje werd gedragen. Op verzoek van de officieren werd de gesp door het huidige verguld zilveren kruis vervangen.

Op de onderscheiding is het aantal dienstjaren in Romeinse cijfers vermeld, dat elke vijf jaar (op eigen kosten) dient te worden vervangen: XV, XX, XXV, XXX.

m_christiaan_philip_winckel

Portret van Christiaan Philip Winckel uit 1859 met het ereteken “XL” zoals dat toen werd gedragen.

De geschiedenis van het ereteken

In de jaren ’30 en ’40 van de negentiende eeuw verkeerde Nederland in een economische malaise. Dat had consequenties voor de krijgsmacht waarop fors werd bezuinigd. Het halveren van het aantal vlagofficieren bij de marine, het afschaffen van twee regimenten infanterie en een deel van cavalerie en de bezuinigingen op salarissen troffen de krijgsmacht zo diep dat Tweede Luitenant A.W.P. Weitzel van “ellendige bezuinigingskoorts waardoor ons leger zoo lang en zoo gruwelijk is mishandeld geworden”. Weitzel sprak over een sfeer van “algemene misgenoegdheid” over het gebrek aan maatschappelijk aanzien in een op handel gerichte natie en de geringe kansen op bevordering. Daarbij waren de salarissen zo laag dat een luitenant, een rang die velen van hun twintigste tot hun veertigste bekleden, niet met fatsoen kon trouwen en ook ongehuwd moeite had om rond te komen.
Om de officieren een blijk van waardering te kunnen geven stelde de Minister van Oorlog, luitenant-generaal Frederik Carel List in oktober 1844 voor om een kruis voor trouwe dienst in te stellen zoals er voor de onderofficieren al sinds 1825 een medaille bestond. Koning Willem II wees het voorstel van een kruis af maar koos voor een naar Russisch voorbeeld vormgegeven gesp. De onderscheiding mocht van de koning niet op een kruis van een ridderorde lijken.
Op 19 november 1844 werd in drie afzonderlijke Koninklijke Besluiten een Onderscheidingsteken voor Langdurige Dienst als officier in het leger, een Onderscheidingsteken voor Langdurige Dienst als officier in de marine en een periodieke traktementsverhoging voor de luitenants in het leven geroepen.
Het Nederlands- Indisch leger was, omdat daar voortdurend gevochten werd en er dus wel promotiekansen en mogelijkheden om bijvoorbeeld een Willemsorde met de daaraan verbonden soldij te winnen aanwezig waren, in eerste instantie overgeslagen. Op 28 december 1844 werden ook de in Nederlands- Indië dienende officieren verblijd met het uitzicht op dit onderscheidingsteken.
De schutterij, de Marine Stoomvaartdienst en Koninklijke Marine Reserve en volgden in respectievelijk 1851, 1905 en 1896 met eigen onderscheidingstekens waarvan alleen de kleur van het lint afweek van die van het leger. In 1913 werd vastgelegd dat ook verlofs- en reserveofficieren na 15 of 20 jaar het Onderscheidingsteken voor Langdurige Dienst als officier zouden ontvangen. In 1918 werd vastgelegd dat ook de landweer- en Landstorm officieren voor het Onderscheidingsteken voor Langdurige Dienst als Officier in aanmerking kwamen. De Koninklijke Luchtmacht is in 1913 opgericht als “luchtvaartafdeling” van het leger. Het in 1939 tot “Wapen der Militaire Luchtvaart” omgedoopte en pas sinds 1953 tot krijgsmachtdeel gepromoveerde luchtwapen kwamen en komen steeds voor het Onderscheidingsteken in aanmerking.
Voor de in 1998 tot krijgsmachtdeel gemaakte Koninklijke Marechaussee geldt hetzelfde.

Bron: Wikipedia

 

Onderscheidingsteken voor Langdurige, Eerlijke en Trouwe Dienst

 

m_onderscheidingsteken_voor_langdurige_eerlijke_en_trouwe_dienst

 Ereteken en batons

 

Er zijn in Nederland een aantal Onderscheidingstekens voor Langdurige, Eerlijke en Trouwe Dienst ingesteld. Al deze onderscheidingstekens, men zou ze medailles kunnen noemen, zijn voor de soldaten en onderofficieren van het Nederlandse- en vroeger ook het Koninklijk Nederlandsch- Indisch Leger.

De geschiedenis

Voor officieren bestaat sinds 1844 het Onderscheidingsteken voor Eervolle Langdurige Dienst als Officier dat sinds 1866 de vorm van een verguld zilveren kruis kreeg. Door de jaren kwamen er steeds meer van deze medailles zoals er voor de officieren meer kruisen kwamen. Door reorganisaties vervielen een aantal onderdelen van de krijgsmacht en vier van de zes onderscheidingen na verloop van tijd.

Het eerste Onderscheidingsteken voor Langdurige, Eerlijke en Trouwe Dienst werd in 1825 door Koning Willem I bij Koninklijk Besluit ingesteld. Een dergelijke onderscheiding was nieuw. In de 18e eeuw werden er nog maar weinig medailles uitgereikt en soldaten en onderofficieren kwamen voor onderscheidingen maar zelden in aanmerking. De eerste medailles voor deze rangen duiken in de napoleontische oorlogen aan Britse en Duitse zijde op.
De onderscheiding was voor het leger en het Koninklijk Nederlandsch- Indisch Leger gereserveerd. De marine moest nog tot 1845 op een medaille voor trouwe dienst wachten.

De koning besloot dat de gediende jaren sinds 1813 voor het ereteken meetelden. De dienstjaren in de Keizerlijk Franse, Hollandse en Bataafse leger en ook die in de geallieerde legers telden niet mee.

Het ereteken werd toegekend in brons voor 12 jaar en in zilver voor 24 jaar dienst. Bij Koninklijk Besluit no. 67 van 13 april 1859 werd ook een gouden medaille ingesteld voor 36 jaar dienst. De tropenjaren, jaren doorgebracht in Nederlands- Indië, telden voor pensioenen en medailles dubbel. Daarom kregen soldaten op Java al na 12 jaar hun zilveren ereteken. De gouden medaille werd daarentegen pas ontvangen na 25 jaar daadwerkelijke dienst en niet na 18 jaren in de tropen.

Koningin Wilhelmina bepaalde in het Koninklijk Besluit van 18 februari 1904 dat er in het vervolg ook gespen op het lint van het ereteken mochten worden gedragen. Zij stelde een zilveren gesp met het cijfer XVIII in voor negen jaar daadwerkelijke dienst in Nederlands- Indië. Dan was er de zilveren gesp met het cijfer XXX voor dertig jaar dienst in Nederland en een bronzen gesp met het cijfer XVIII voor achttien jaar dienst in Nederland.

In datzelfde Koninklijk Besluit werd bepaald dat men bij het leger de keerzijde van de medaille voortaan als voorzijde moest gaan dragen. Zo werd het verschil tussen de medailles voor land- en zeemacht, die dezelfde voorzijde hebben en aan hetzelfde lint worden gedragen, duidelijk zichtbaar.

De uitvoering

In de loop van meer dan 180 jaren zijn er uiteraard verschillende stempels gebruikt om de medailles te slaan. De oude stempels raakten immers versleten. Op de voorzijde van deze medaille is het monogram van de stichter, een “W” geplaatst op een met een beugelkroon gedekte wapenmantel. Op de keerzijde staat het met een beugelkroon gedekte schild uit het Nederlandse Rijkswapen zonder de twee dragende leeuwen. Het schild rust op een trofee. In de trofee zijn zes vaandels, een kanon, kogels, een geweer en een bijl te herkennen. Boven het rijkswapen staat sinds 1951 de halfronde omschrift “voor trouwe dienst”. In de loop van de twee eeuwen werden er, ten gevolge van verschillende artistieke interpretaties en veranderende mode, verschillend weergegeven trofeeën rond het rijkswapen geplaatst. Dat rijkswapen werd in de 20e eeuw ook gewijzigd wat ook op veranderende eretekens terug te vinden is. Gedurende verschillende periodes en bij de verschillende stempelsnijders variëren de afgebeelde militaire zinnebeelden. Ook zijn er verschillen in het opschrift. In de jaren 1825-1851 en 1928-1951 was het omschrift “voor trouwen dienst” de archaïsche “N” van de vierde naamval is in 1951 komen te vervallen.

In een Koninklijk Besluit van 25 januari 1951 werd de “W”, die de drie opeenvolgende koningen en ook Koningin Wilhelmina paste, vervangen door de “J” van Juliana. Koningin Beatrix heeft in een Koninklijk Besluit van 20 mei 1983 bepaald dat haar initiaal niet op de medailles zal prijken. Zij heeft op die dag het oude initiaal van de stichter weer op het ereteken geplaatst.

De medailles zijn in 1928 iets kleiner geworden. Zij waren vanaf de instelling 3 centimeter in diameter, dat werd nu 27 millimeter. De gouden medailles werden in 1953 vervangen door verguld zilveren medailles.

Draagwijze

Het ereteken staat in de officiële draagvolgorde van de Nederlandse onderscheidingen op de 38e plaats en wordt ook als miniatuur en als baton gedragen.
Op de baton draagt men een miniatuur van de medaille in het toepasselijke materiaal of een miniatuur van de gesp wanneer deze later werd toegekend.

Tot in de jaren zeventig van de 20e eeuw was het niet toegestaan om een baton te dragen. Men zag onderofficieren dan ook vaak met een miniatuur op hun dagelijks tenue. Er is geen knoopsgatversiering

 

Bron: Wikipedia

NAVO-medaille

 

m_583px-nato_medal

 NAVO-medaille met gesp “FORMER YUGOSLAVIA”

 

De NAVO-medaille is een onderscheiding van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie die wordt uitgereikt aan mensen die zich verdienstelijk hebben gemaakt ten opzichte van de NAVO, met name aan militairen en burgers die zich hebben ingezet in het kader van een door de NAVO geleide militaire operatie, zoals een vredesoperatie.

De medaille wordt in verschillende uitvoeringen uitgereikt, voor deelname aan de verschillende door de NAVO geleide (vredes)operaties. De medaille zelf is steeds hetzelfde, iedere operatie kent zijn eigen lint. Ook kan de naam van de operatie of de soort operatie door middel van een zogenaamde “gesp” (een metalen balkje met tekst) op het lint worden aangegeven. Zo bestaan er gespen voor deelname aan missies als SFOR en KFOR. Voor andere typen operaties bestaan afzonderlijke linten, zo is er de “artikel 5” uitvoering en de “non-artikel 5” uitvoering (Artikel 5 van het NAVO handvest behandelt de gezamenlijke verdediging van de NAVO tegen een aanval op één van de lidstaten).

De medaille wordt toegekend aan diegenen die 30 dagen of langer aaneengesloten hebben deelgenomen aan een NAVO-operatie en die hun taken goed hebben vervuld. Ook wordt de medaille toegekend aan personen die een NAVO-operatie gesteund hebben maar niet in het missiegebied zelf gestationeerd waren. In dat geval geldt dat er voor een periode van 60 dagen aaneengesloten of langer moet zijn deelgenomen.

 

Bron: Wikipedia

 

Het Kruis van Verdienste

 

m_kruis van verdienste

Het Kruis van Verdienste is bij Koninklijk Besluit van 20 februari 1941, nr. 1 door Koningin Wilhelmina in Londen ingesteld en laatstelijk gewijzigd bij Koninklijk Besluit van 10 april 1946 (Stb. G 89).

Het Kruis van Verdienste kan worden toegekend aan Nederlanders en niet-Nederlanders die zich in verband met vijandelijke actie door moedig en beleidvol optreden hebben onderscheiden en daarmee het belang van het Koninkrijk hebben gediend.

Versiersel

Het versiersel bestaat uit een rechthoekig, gelijkarmig kruis, uitgevoerd in brons. De assen van het kruis hebben elk een lengte van 35 mm. De vier armen zijn gelijk aan een derde deel van de lengte der assen. De voorzijde van het kruis vertoont in het midden een opgelegde, gekroonde W welke is omringd door 2 half cirkelvormige lauwertakken. De achterzijde van het kruis is glad en vertoont in reliëf in het midden een Nederlandse Leeuw. Op de bovenste arm van het kruis is in reliëf aangebracht het woord “voor” in letters ter grootte van 3 mm. Op de onderste arm van het kruis is in het midden het woord “verdienste” aangebracht, eveneens in letters ter grootte van 3 mm. Het kruis is bevestigd aan een zijden lint van Nassausch blauw ter breedte van 37 mm, in het midden voorzien van een 6 mm brede verticale oranje streep.

 

Bron: website Ministerie van Defensie

 

 

 

De Bronzen Leeuw

 

 

m_de bronzen leeuw

De Bronzen Leeuw is bij Koninklijk besluit van 30 maart 1944 (Stb. No. E 21) door Hare Majesteit Koningin Wilhelmina ingesteld en naderhand aangevuld bij Koninklijk besluit van 9 november 1944 (Stb. No E 147).

De Bronzen Leeuw kan worden toegekend aan militairen in dienst van het Koninkrijk der Nederlanden, die zich in de strijd tegenover de vijand hebben onderscheiden met bijzonder moedig gedrag en beleidvolle daden. Alleen Hare Majesteit de Koningin kan deze onderscheiding toekennen.

Versiersel

Het versiersel bestaat uit een kruis, uitgevoerd in brons en gedekt door een cirkelvormig schild. Op de voorzijde is een reliëf aangebracht van de gekroonde Nederlandse Leeuw. De keerzijde van het kruis is vlak en zonder versiering. Het kruis is bevestigd aan een 37 millimeter breed zijden lint verdeeld in 9 gelijke verticale banen, afwisselend oranje en Nassausch blauw, de banen aan de randen zijn beide Nassausch blauw.

 

Bron: website Ministerie van Defensie

 

Het Bronzen Kruis

m_het bronzen kruis

Het Bronzen Kruis is bij Koninklijk besluit van 11 juni 1940 (Stb. No A 22) door Hare Majesteit Koningin Wilhelmina in Londen ingesteld en naderhand gewijzigd bij Koninklijk besluit van 1 juni 1944 (Stb. No E 37).

Het Bronzen Kruis kan worden toegekend aan militairen in dienst van het Koninkrijk der Nederlanden, die zich door moedig of beleidvol optreden tegenover de vijand hebben onderscheiden.

Versiersel

Het versiersel bestaat uit een vierarmig bronzen kruis. Het kruis is bevestigd op een oranje zijden lint ter breedte van 37 mm, in het midden voorzien van een 6 mm brede verticale streep van Nassausch blauw. De voorzijde van het kruis vertoont in het midden een opgelegde, gekroonde W, welke is omringd door 2 half cirkelvormige lauwertakken. De achterzijde van het kruis is glad en vertoont in reliëf in het midden het jaartal 1940, verwijzend naar het jaar van instelling, omringd door 2 half cirkelvormige lauwertakken. Op de bovenste arm en vervolgens de rechter, de onderste en de linker arm van het kruis zijn in reliëf de woorden “trouw aan”, “Koningin”, “en” alsmede “vaderland” aangebracht.

Bron: website Ministerie van Defensie

 

Gevechtsinsigne

 

Het ‘Insigne voor Optreden onder Gevechtsomstandigheden’ – kortweg aangeduid als Gevechtsinsigne – wordt toegekend aan individuele militairen die hebben deelgenomen aan een militaire operatie, waarbij sprake was van vijandelijk optreden met direct vuur of vergelijkbare gevechtsomstandigheden.

De eerste Gevechtsinsignes werden op 9 juli 2009 door Commandant der Strijdkrachten generaal Peter van Uhm in Uruzgan uitgereikt aan enkele militairen die kort daarvoor een vuurcontact of aanslag met een geïmproviseerd explosief meemaakten.

Achtergrond
Na de afschaffing van de dienstplicht zijn Nederlandse militairen steeds meer ingezet in vredesoperaties of gebieden waarbij vaker geweld moet worden toegepast om vrede af te dwingen. Steeds vaker kwamen de militairen daarbij in direct vuurcontact met de tegenstanders. Vuurcontacten die variëren van urenlange gevechten tot enkele schoten over en weer. Met de toename van het aantal vuurcontacten nam ook de behoefte toe om zich als militair te onderscheiden van militairen die dergelijke risico’s niet meemaken.

m_gevechtsinsigne

Internationale gelijktrekking
Ook in internationaal verband leverde het vreemde situaties op. Bijvoorbeeld als Nederlandse militairen de Amerikaanse ‘Combat Infantry Badge’ kregen, terwijl anderen die in soortgelijke door Nederland geleide operaties niet ontvingen. Een onwenselijke situatie, en 1 van de redenen tot aanpassing van het decoratiestelsel uit 2001.

Toekenning
Het Insigne voor Optreden onder Gevechtsomstandigheden kan – met terugwerkende kracht tot 1 juni 2001 – worden toegekend aan:

  • Diegene die heeft deelgenomen aan een militaire operatie waarbij sprake is van vijandelijk optreden met direct vuur of hiermee vergelijkbaar gevechtscontact. Betrokkene moet volgens de geldende rules of engagement aan het gevechtscontact hebben deelgenomen. Binnen het begrip gevechtscontact valt iedere vorm van actief en adequaat handelen, anders dan acties uitsluitend in het kader van de persoonlijke veiligheid.
  • Zelfmoordaanslagen, geïmproviseerde explosieven (IED’s), bermbommen, gerichte mortier- of raketaanslagen en luchtaanvallen worden bij de voordracht voor een gevechtsinsigne gerekend tot het in het vorige punt genoemde vijandelijke optreden.
  • Het insigne kan in zijn of haar carrière slechts eenmalig aan een militair worden toegekend als erkenning voor het onder gevechtsomstandigheden kunnen functioneren.
  • Het insigne kan worden toegekend aan beroepsmilitairen, reservisten en aan gemilitariseerde burgers.
  • De commandant in het inzetgebied dient de voordracht in via de hiërarchieke lijn.

m_gevechtsinsignegvt

Ovaal
Het Gevechtsinsigne beeldt een liggende ovale lauwerkrans uit met daaroverheen een blank wapen. De liggende ovale vorm is in Nederland nog niet eerder toegepast, wat het uniek maakt op het uniform. Op het dagelijks tenue wordt een bronskleurig insigne gedragen, onder meer om zich te onderscheiden van bijvoorbeeld de goudkleurige brevetten. Voor het gevechtstenue is er een stoffen uitvoering.

 

Bron: website Ministerie van Defensie juli 2009

 

Het Bronzen Schild

 

m_het bronzenschild1

Het Bronzen Schild is de hoogste groepswaardering die eenheden van de Koninklijke Landmacht kunnen krijgen. Toekenning gebeurt wanneer een eenheid zich heeft onderscheiden door buitengewone toewijding of bijzonder loffelijk optreden tijdens het uitvoeren van haar opdracht. De Commandant Landstrijdkrachten reikt de groepsonderscheiding uit.

m_het bronzenschild

Het schild is een in weerbestendig brons uitgevoerde plaquette. Deze plaquette bestaat uit een rechthoekige plaat, gevat in een eenvoudige, strakke lijst. Op de bovenzijde van deze plaat is een ornament aangebracht, waarvan het hoofdmotief de liggende leeuw op een voetstuk is en daaronder een lauwerkrans. Dit ornament is de top van de vaandelstok. Het schild is ongeveer 45 cm breed en ongeveer 60 cm hoog.

Op het schild wordt de tekst aangebracht:

  • De naam of aanduiding van de gewaardeerde eenheid of groep.
  • De omschrijving van de waarderingsreden;
  • De handtekening van de Commandant Landstrijdkrachten.

De toekenning van het schild gaat vergezeld van een individuele draagspeld voor de militairen van de eenheid en een op naam gestelde oorkonde met de motivering voor de toekenning.

Uitzonderlijke waardering

In totaal is het schild pas 7 keer uitgereikt:

Op 15 december 2009 reikte luitenant-generaal Rob Bertholee het schild uit aan een eenheid van het Korps Commandotroepen voor hun optreden in Afghanistan (Uruzgan) in 2006 als voorwaarts onderdeel van de Deployment Task Force van de Nederlandse bijdrage aan de International Security Assistance Force.

m_het bronzenschild2

De keer daarvoor was op 21 oktober 1983, toen generaal Hoof het schild uitreikte aan 44 Pantserinfanteriebataljon wegens hun optreden in Libanon als onderdeel van UNIFIL.

De Sectie Explosieven Opruiming / Explosieven Opruimings Dienst kreeg Het Bronzen Schild vanwege meer dan 25 jaar op voortreffelijke wijze de taak vervuld ten behoeve van de krijgsmacht en de gehele Nederlandse samenleving. Dit Bronzen schild werd op 29 oktober 1981 overhandigd door bevelhebber der Landstrijdkrachten, luitenant-generaal J.G. Roos.

Vier andere schilden werden in 1966 uitgereikt vanwege het optreden van eenheden in Nieuw-Guinea in 1962: 41 Infanterie Bataljon voor haar optreden in Kaimana en Fak-Fak, 928 Afdeling Lichte Luchtdoelartillerie voor haar optreden Biak en Hollandia, 940 Afdeling Lichte Luchtdoelartillerie voor haar optreden in Sorong en 17 Infanterie Bataljon voor haar optreden in Hollandia en Biak.

 

Bron: website Ministerie van Defensie

 

m_landmacht 2-2009 01

m_landmacht 2-2009 02

m_landmacht 2-2009 03

m_landmacht 2-2009 04

 

Onderstaande artikelen zijn te vinden in het magazine ‘De Landmacht’ Door op de  pdf_logo_klein te klikken komt u in de uitgave waar het desbetreffende artikel zich in bevindt.

 

 

pdf_logo_klein Dapperheidsonderscheidingen.

 

pdf_logo_klein Herinneringsmedaille Vredesoperatie.

 

pdf_logo_klein Moed is niet te koop, deel 1.

 

pdf_logo_klein Moed is niet te koop, deel 2.

 

pdf_logo_klein Militaire Willems Orde Kapitein Kroon.

 

pdf_logo_klein Onderscheidingen Algemeen.

 

pdf_logo_klein Riddering Kapitein Kroon.

 

Reacties zijn afgesloten.