Korps Mariniers – Uniformen

 

 

 

Embleemkorpsmariniers

Qua patet orbis (Zo wijd de wereld strekt)

Torretje

 

 

Hieronder vindt u afbeeldingen en beschrijvingen van uniformen in gebruik bij het Korps Mariniers na 1945. Voor de beschrijvingen is gebruik gemaakt van het boek ” De Marinier en zijn uniform ” van J.W. van Borselen en K. Nicolas en informatie van een Kolonel der Mariniers b.d.

 

Dungaree.

 

De dungaree is gedragen tot medio jaren ’70. Het Dungareepak is vooral bekend geweest bij de  mariniers die zijn uitgezonden geweest naar Nieuw-Guina (1962). De voorkeur voor de Amerikaanse organisatie van de gevechtseenheden en de uitrusting voert echter terug naar de Mariniersbrigade. De mariniersbrigade droeg dit pak naar Amerikaans voorbeeld, met de leggings (van groene canvas) en de geweven koppel. De mariniersbrigade werd opgericht tijdens WOII om het amfibisch offensief van de VS in de Pacific te ondersteunen tegen Japan (natuurlijk met het oog op Indië waar de brigade later ook is ingezet). De benodigde uitrusting en bewapening werden in de VS besteld en de opleiding (van o.a. veel OVW-ers (oorlogs vrijwilligers) vond voor een groot deel plaats in Camp Lejeune USA. De Amerikaanse invloed blijkt overigens ook uit het khaki tenue dat lange tijd in de tropen werd gedragen. Bij de dungaree werd de baret gedragen (toen nog alleen met verguld anker) en te velde de vechtpet. Om de broek zat de khaki-riem met koperen gesp. Bij exercitie en te velde werd de geweven koppel gedragen als afgebeeld. De onderofficieren droegen zwarte rangonderscheidingstekens op beide mouwen; de officieren koperen galons/speldjes op beide kraagpunten.

m_dungaree-groot-baret m_dungaree-vol-baret

 

 

 

m_dungaree-vol-pet-koppel m_dungaree-vol-pet m_dungaree

 

Cola-pak.

 

Lang khaki tenue: Cola-pak dat werd gedragen in de West en in Nederlands Nieuw-Guinea (1948-1949). Het khaki-tropentenue had de volgende samenstelling, eenkhaki-hemd met lange mouwen, khaki-riem met koperen gesp, zwarte lage schoenen en de bekende veldmuts (schuitje). Oorspronkelijk met kepie en later de baret. De uitmonstering op het tenue was gelijk aan die in de brigadetijd: gekleurde stoffen korpsembleem en chevrons op de bovenmouwen, koperkleurige galonspeldjes op de kraagpunten van het hemd, het metalen ‘torretje’ links op de veldmuts en rechts nog een extra galonspeldje voor officieren. Onderofficieren en Officieren droegen er trouwens op hun linkerschouder een groen geweven fluitkoord bij. Het tenue wordt nog steeds gedragen, met een koppel en gevechtslaarzen en baret. Daarna werd het tenue de toenmalige KL-gevechtsbroek met het khai hemd plus de groene trui.

m_khaki-cola-donker m_khaki-cola-re

 

m_khaki-cola-groot-re m_khaki-cola-groot-li

 

Het veldtenue (Tenue 9).

1.Het veldtenue bestaat uit:

  • baret met zwart anker
  • camouflagehemd
  • camouflagebroek
  • groene riem met zwarte gesp
  • zwarte sokken
  • zwarte gevechtslaarzen

2. Het hemd is voorzien van:

a. een onderscheidingsteken, bestaande uit een groene ondergrond, waarop geborduurd
met zwart garen in letters van een centimeter hoog de woorden “KORPS MARINIERS”,
bevestigd op de linkermouw tegen en evenwijdig aan de armsgatnaad;
b. rang- of klasseonderscheidingstekenen zonder knoop, aangebracht op groene
schouderbedekkingen;
c. een naamlint, bestaande uit een legergroen fond met de achternaam van de militair in
zwart garen ingeweven, aangebracht boven de linkerborstzak;
d. het eenheidsembleem, aangebracht boven de rechterborstzak;
e. Indien het een adelborst betreft: een onderscheidingsteken, bestaande uit een olijfgroene
ondergrond, waarop in zwart de woorden “KORPS ADELBORSTEN”, aangebracht op de
linkerbovenmouw, tegen en evenwijdig aan de armsgatnaad.
3. Het camouflagehemd wordt over de camouflagebroek gedragen.
4. De commandant kan bepalen of toestaan dat:
a. bruine lederen handschoenen of kaki wollen handschoenen worden gedragen;
b. onder het camouflagehemd het groene Noorse shirt met rolkraag wordt gedragen;
c. de mouwen van het hemd worden omgevouwen tot even boven de elleboog;
d. de baret wordt vervangen door de camouflage veldpet

Pas in de jaren 70 oriënteerde het Korps zich op de Britten (wat de KM al veel langer deed!) door deelname in de UK/NL Landing Force en de latere integratie van eenheden in 3rd Cdo Brigade. Dat had ook gevolgen voor de organisatie en uitrusting. Het huidige gevechtstenue (camoupak) van de mariniers is toch weer Amerikaans. Dat kwam door de inzet destijds in Cambodja.

m_Marinier1 m_GVT-Marns

m_gvt-desert-korps mariniers

 

Het Kazernetenue (Tenue 8).

1.Het kazernetenue bestaat uit: baret met goudkleurig anker
– kaki overhemd met lange mouwen
– zwarte das
– groene broek
– groene riem met koperkleurige gesp
– bruine lederen handschoenen
– zwarte sokken
– zwarte lage schoenen

Met betrekking tot het kazernetenue geldt het volgende:

a. Het kaki overhemd is voorzien van:
• het onderscheidingsteken van het Korps Mariniers, omschreven in artikel 151,
aangebracht op de rechterbovenmouw;
• rang- of klasseonderscheidingstekenen zonder knoop, aangebracht op groene
schouderbedekkingen.
b. Het kaki overhemd mag, indien men hiertoe is gerechtigd, zijn voorzien van:
• het onderscheidingsteken van het brevet vlieger, waarnemer of vlieger/waarnemer in
metalen uitvoering, aangebracht op de linkerborst;
• het onderscheidingsteken van een parachutistenbrevet in metalen uitvoering,
aangebracht op de rechterborst.
c. Het kaki overhemd mag, indien men hiertoe is gerechtigd, zijn voorzien van het oranje of
groene onderscheidingskoord.
d. In plaats van het kaki overhemd met lange mouwen, mag het kaki overhemd met korte
mouwen worden gedragen. Onder het overhemd met korte mouwen wordt een effen
groen T-shirt gedragen.
e. Bij het kaki overhemd met korte mouwen wordt de das niet gedragen.
f. Over het kaki overhemd met lange mouwen mag de groene trui worden gedragen.
g. De boord van het kaki overhemd wordt niet over de kraag van de trui gedragen.
h. De trui is voorzien van:
• een onderscheidingsteken, bestaande uit een groene ondergrond, waarop
geborduurd met zwart garen in letters van een centimeter hoog de woorden “KORPS
MARINIERS”, bevestigd op de linkermouw tegen en evenwijdig aan de armsgatnaad;
• indien het een adelborst betreft wordt het voornoemde onderscheidingsteken
vervangen door: een onderscheidingsteken op een groene ondergrond, waarop in
zwart garen de woorden “KORPS ADELBORSTEN”, aangebracht op de
linkerbovenmouw, tegen en evenwijdig aan de armsgatnaad;
• rang- of klasseonderscheidingstekenen zonder knoop, aangebracht op groene
schouderbedekkingen.
3. Als overkleding mag de groene parka worden gedragen.
4. Behalve de rang- of klasseonderscheidingstekenen en het onderscheidingsteken, genoemd in het
tweede lid, onderdeel h, ten 1°en 2º, mag slechts een onderscheidingsteken tegelijkertijd op de
trui worden gedragen

Het KT (kazernetenue, tenue 8) werd in april 1977 ingevoerd, ook wel aangeduid als daags tenue. Het bestond uit een groene broek met khaki riem, khaki hemd met lange mouwen, zwarte stropdas, groene trui en zwarte lage schoenen. Tijdens het appél werd een bruinlederen handschoen gedragen (khaki wollen voor jonge mariniers) en als hoofddeksel de bekende blauwe mariniersbaret. Het tenue werd veelal gedragen tijdens het appél, bij lessen in de kazerne, op wachtdiensten en ook na scheepstijd binnen de kazerne. Inmiddels is het tenue afgeschaft en draagt men het GVT.

m_kt-genmaj

 

 

m_KT-li m_KT-li-groot

De schouderpassanten ontbreken, ROT zijn op de schouders vastgezet

Parawing brevet A, instructeur

 

 

m_KT-re m_KT-re-groot

 

Battledress ‘Blauwe Buis’.

 

In 1962 werd de khaki battledress geleidelijk afgeschaft en werd vervangen door een nieuw daags tenue ook wel de blauwe buis genoemd. Het was dan wel het zelfde model maar de blauwe marinekleur kwam nu weer terug. Officieren beschikten al langer over een open blauw unifrom maar dit tenue was bestemd voor onderofficieren, manschappen en dienstplichtige mariniers. Op de schouder zitten geelmetalen onklare ankers met kroon. De chevrons werden op de mouwen aangebracht. De blauwe broek werd gedragen met bretels want een riem was verboden. Langs de broekspijpen liepen de vertrouwde rode biezen, waarmee het typische kenmerk weer terugkeerde. De battledress werd gedragen met een lichtblauwe overhemd, later een witte, zwarte stropdas en zwarte hoge schoenen. Bij het tenue hoorde officieel de platte pet, maar op de kazerne werd ook een baret gedragen. Op het zomertenue (zonder de blauwe buis) droeg men een witte koppel, waarbij de bretels dan achterwege konden blijven, met op de koperen koppelplaat een zilverkleurige anker met kroon. Met die witte koppel kreeg ook dat informelere tenue een zekere allure.

m_Battledress-front m_Battledress

Afbeeldingen: Marinier der 1e klasse verbindingen , Marnvbd

 

Pisa-pak.

 

 

m_Pisa-pak-zij m_Pisa-pak

Marinier verbindingen, der 1e klasse, Marnvbd. Het ceremoniele tenue ‘Pisa-pak’. De marinier draagt de pet voor ‘Korporaals en manschappen’. Koppel en koperen koppelplaat voorzien van koperen onklaar anker

 

Pyjekker

 

m_pyjekker

pyjekker uit de jaren ’60.

 

Het Grote Tenue (Tenue 1) CT Ceremonieel Tenue.

 

Het nieuwe gala-pak voor officieren, bekend als pieken-pak tenue nr.1a. Daaronder werden nog drie lagere ceremoniele tenues onderscheiden. Bij alledrie ging het om het Pisa-pak, met ankers op de kraag en gouden passanten (visgraat motief) op de schouders. De eerste combinatie was tenue 1b als ‘algemeen groot ceremonieel tenue’: de Pisa-jas met halssnoer (met kwasten) sjerp en de broek met biezen in goudgalon. Dan volgde tenue 2 als ‘ceremonieel tenue’: ook de Pisa-jas opnieuw met halssnoer en sjerp, maar nu de broek gewoon met rode biezen. Als laatste gold tenue 3 als ‘klein ceremonieel tenue’: de Pisa-jas nu zonder halssnoer en sjerp. Bij al deze tenue’s droegen officieren de sabel met kwast, witte handschoenen (bruin leer bij tenue 3) en zwarte hoge schoenen. Als hoofddeksel de platte pet, maar officieren droegen aanvankelijk bij het Pisa-pak ook wel de piekenhelm. Later zou de helm alleen gedragen worden bij het galatenue.

m_CT-Ltz-zij m_CT-Ltz

Afgebeeld een 2e Luitenant.

1.Het grote tenue bestaat uit.

  • witte pet
  • gesloten uniformjas met staande kraag
  • blauwe broek met rode bies
  • oranje sjerp
  • fourageres
  • witte handschoenen
  • koppel
  • sabel met sabelkwast
  • zwarte sokken
  • zwarte lage schoenen

2. Met betrekking tot het grote tenue geldt het volgende:
a. De gesloten uniformjas is voorzien van:
• een schoudertres, aangebracht op beide schouders;
• het korpsonderscheidingsteken, aangebracht op beide uiteinden van de kraag;
• rangonderscheidingstekenen, aangebracht rondom de benedenmouwen;
• indien men hiertoe gerechtigd is: het onderscheidingsteken van het brevet vlieger,
waarnemer of vlieger/waarnemer, aangebracht op de linkerborst.
b. De koppel draagt men onder de jas.
c. Als overkleding wordt de mantel gedragen.
d. De oranje sjerp en fourageres worden gedragen bij ceremoniële aangelegenheden
waarbij een lid van het Koninklijk Huis aanwezig is, dan wel een of meerdere vaandels of
standaarden zijn ingetreden
3. Het bezit van het grote tenue is vereist voor officieren vanaf de rang van kolonel de mariniers en
officieren, belast met een der volgende functies:
e. adjudant van Hare Majesteit de Koningin;
f. adjudant van de Minister van Defensie, van de Staatssecretaris van Defensie, van de chef
defensiestaf, van C-ZSK, van D-DMO en van C-CDC.
4. Het grote tenue mag worden gedragen door:
g. De adjudanten in buitengewone dienst van Hare Majesteit de Koningin;
h. Marine-attaches en adjunct marine-attaches;
i. Een officier die in het huwelijk treedt en de officieren die daarbij aanwezig zijn, gedurende
de daaraan verbonden plechtigheden.
5. De sabel mag worden afgelegd wanneer omstandigheden dat gewenst maken.
6. Het grote tenue voor officieren tot en met de rang van kapitein-luitenant-ter-zee is gelijk aan het
ceremoniële tenue(tenue 2),

 

m_CT-Briggen     m_CT-Briggen-zij

Brigade-generaal b.d. D.A. Swijgman

 

 

m_CT-Briggen-zij(1)

 

m_Fourage

 

m_Fourage(1)

 

 

 

Het Blauwe Daags Tenue (Tenue 6) ‘Barathea’.

 

In 1975 onderging het mariniersuniform opnieuw een grote verandering, het open blauwe tenue werd voor alle mariniers ingevoerd, officieren, onderofficieren en manschappen. Daarmee kwam het oude model voor officieren ‘de blauwe service dress’te vervallen. De jas en bijbehorende broek waren van een speciale stof: Barathea. De jas werd voorzien van een liggende kraag met aflopende revers, verder een gesloten rechte rug met onderaan een split. Middenvoor werd de jas gesloten met een rij van 4 mariniersknopen, zonder ceintuur. De borstzakken en de opgestikte heupzakken (met kleppen in de vorm van een accolade) werden gesloten met kleine mariniersknopen. Onder de jas kwam eerst een lichtblauw overhemd, later wit met zwarte stropdas. Bij het tenue hoorden zwarte lage schoenen en bruin lederen handschoenen. De bekende rang onderscheidingstekens chevrons, kwamen op de bovenmouw en galons voor officieren op de ondermouw. Net als officieren kregen nu ook onderofficieren en manschappen op de schouderlappen een met gouddraag geborduurd anker met kroon. Op de kraagpunten kwam een klein model korpsembleem van gebronsd materiaal, ook wel bekend als ‘torretje’. Het hoofddeksel werd een witte pet

  1. Het blauwe daagse tenue bestaat uit:

– baret met goudkleurig anker
– open uniformjas
– wit overhemd
– zwarte das
– blauwe broek met rode bies
– zwarte lederen riem
– zwarte sokken
– zwarte lage schoenen

Met betrekking tot het blauwe daagse tenue geldt het volgende:
2. De open uniformjas is voorzien van:
• een met gouddraad geborduurd onklaar anker, gedekt door een kroon, aangebracht
midden op beide schouderlappen, zodanig dat de kroon ligt aan de halszijde;
• het embleem van het korps mariniers, uitgevoerd in gebronsd metaal, aangebracht op
de beide uiteinden van de kraag;
• rangonderscheidingstekenen, aangebracht rondom de benedenmouwen;
• indien men hiertoe gerechtigd is: het onderscheidingsteken van het brevet vlieger,
waarnemer of vlieger/waarnemer, aangebracht op de linkerborst.
3. In een haven anders dan Den Helder/Vlissingen en bij een inrichting van CZSK draagt de
officier van de wacht de koppel en de sabel bij vlag hijsen en bij het neerhalen van de
vlag. De koppel draagt hij onder de uniformjas.
4. De baret mag worden vervangen door de witte pet.

m_DT6 m_DT61 m_DT62

A) Kolonel der Mariniers, met op de rechterborst de Parawing A en brevet Koudweertraining. Op de linkerborst de batons (bintangs) en brevet duiker. Op de kraag het embleem Korps Mariniers. Op de schouder het onklaar anker.

B)  Idem als A, close-up.

C) Zij-aanzicht van A: Galons op de mouw en Baret met gouden-anker. Broek met rode bies.

 

 

m_DT-vd Til-Kol m_DT6

Kolonel, Pet met W band en rode rand en een enkele eikenloof rand op de klep. De kolonel draagt een baret met gouden anker. Op speciale gelegenheden wordt de pet gedragen.

 

 

m_DT Bgenmarns vd Til

Bgenmarns, naamplaatje ‘van der Til”en brevet koudweertraining en rechts de bintangs (batons).

 

 

m_DT Genmaj vd Til-zij m_m_DT Genmaj vd Til

Genmajmarns H.A. van der Til.

 

 

m_DT-Lgen-zij m_DT-Lgen-front

Oud CZSK Luitenant-generaal der Mariniers R.L. Zuiderwijk, voorzien van vliegerbrevet (opgeweven) en Parawing A instructeur (ingeweven op de jas). Koudweertrainings-embleem, HMV brevet  Herinneringsembleem ex-commando en batons (Bintangs), zie menu onderscheidingen voor omschrijving.

 

 

m_Kpl Oosterom-zij  m_Kpl Oosterom-close m_Kpl Oosterom

Korporaal, Batons, wing parachutist A en koudweer brevet.

Tenue ontvangen van sgt.E. Oosterom. Kenmerkend voor de Tamboers en Pijpers van het Korps Mariniers is de gouden bies op beide ondermouwen.

 

 

m_dt-kpl-muzikant-front m_dt-sgm-front

Korporaal Muzikant.

Het Zomertenue (Tenue 10).

 

1.Het zomertenue bestaat uit:

  • baret met goudkleurig anker
  • wit overhemd met lange mouwen
  • zwarte das
  • blauwe broek met rode bies
  • zwarte lederen riem
  • zwarte sokken
  • zwarte lage schoenen

2. Met betrekking tot het zomertenue geldt het volgende:
a. Het overhemd is voorzien van rang-/klasseonderscheidingstekenen zonder knoop,
aangebracht op donkerblauwe schouderbedekkingen.
b. De lange mouwen van het overhemd mogen niet worden omgevouwen; het dragen van
de das is verplicht en de bovenste knoop van het overhemd is gesloten.
c. In plaats van het witte overhemd met lange mouwen, mag het witte overhemd met korte
mouwen worden gedragen.
d. Bij het witte overhemd met korte mouwen wordt de das niet gedragen.
e. De baret mag worden vervangen door de witte pet.

 

Het Blauwe Kleine Avondtenue (Tenue 5).

 

Het blauwe kleine avondtenue bestaat uit:

  • witte pet
  • blauw avondbaadje
  • blauw avondvest
  • wit smokingoverhemd met vaste liggende boord
  • zwarte vlinderdas
  • blauwe broek (hoog opgesneden) met rode bies
  • witte handschoenen
  • zwarte sokken
  • zwarte lage schoenen

Het blauwe avondbaadje is voorzien van de onderscheidingstekenen, genoemd in artikel 86,
tweede lid, aangebracht overeenkomstig hetgeen aldaar is vermeld. Het baadje wordt open
gedragen.
3. Het bezit van het blauwe kleine avondtenue in de samenstelling, vermeld in het eerste lid, is
vereist voor de officieren van het korps mariniers, met uitzondering van de officieren, aangesteld
voor bepaalde tijd van kortere duur dan zes jaar.
4. Voor officieren, aangesteld voor bepaalde tijd van kortere duur dan zes jaar is – tenzij zij zich naar
eigen verkiezing hebben voorzien van de tenue, omschreven in het eerste lid – de samenstelling
van het blauwe kleine avondtenue overeenkomstig de blauwe daagse tenue, doch met zwarte
vlinderdas en witte handschoenen. Het witte overhemd mag desgewenst worden vervangen door
het witte smokingoverhemd.

 

m_AT-Lkolmarns-zij m_P1010079 m_AT-Lkolmarns-front

Lkolmarns van Kolmarns R.G. Oppelaar, voorzien van een Duitse Parawing.

 

 

m_Genmajmarns-front  m_AT-zij m_Genmajmarns

Generaal-majoor H.A. van der Til. Broek van lakense stof en gouden lat met rode bies. Zijaanzicht van het AT tenue, goed zichtbaar de galons en de gouden lat met rode bies.

 

m_VO-front m_VO-pet

Voor- en zijaanzicht van het AT en de VO pet. Goed zichtbaar is het onklaar anker op de revers en de VO pet met dubbele eikenloof en W-band.

Tropentenue’s

Het Witte Kleine Avondtenue (Tenue 15).

1. Het witte kleine avondtenue bestaat uit:

  • witte pet
  • wit avondbaadje
  • wit avondvest
  • wit smokingoverhemd met vaste liggende boord
  • zwarte vlinderdas
  • blauwe broek (hoog opgesneden) met rode bies
  • witte handschoenen
  • zwarte sokken
  • zwarte lage schoenen

2. Het witte avondbaadje is voorzien van rangonderscheidingstekenen met knoop, aangebracht op
donkerblauwe schouderbedekkingen.
3. Het baadje wordt open gedragen.
4. Het dragen van een zogenaamd “ingebouwd” vest van wit dril is toegestaan.

 

m_AT-Brigmarns                                             m_AT-Zij

Brigade-generaal b.d. D.A. Swijgman oud commandant CZMCARIB.

 

m_AT-Close

Dit uniform droeg de generaal tijdens het bezoek van de koninklijke familie ter gelegenheid van de statuswijziging van Curaçao en Sint-Maarten op 10 oktober 2010.

Reacties zijn afgesloten.