Battle of the Bulge – The Story

De slag om Bastogne was een beslissend moment tijdens het Ardennenoffensief. De barre winterse omstandigheden en het feit dat de paratroopers van de 101st Airborne Division slecht uitgerust en geheel omsingeld waren, maken de succesvolle verdediging van de stad tot een heroïsche gebeurtenis. Mede dankzij dit wapenfeit is de 101st uitermate populair. Vele boeken, artikelen en films zijn er aan gewijd. Maar veel minder bekend zijn de verrichtingen en verhalen van de mannen van de 28th Infantry Division en onderdelen van de 9th en 10th Armored Divisions. Zonder hun heldhaftige optreden zouden de Duitsers de stad al voor de 101st Airborne Division bereikt hebben. Zij wisten, terwijl ze vaak ver in de minderheid waren, de Duitse opmars richting Bastogne dusdanig te vertragen dat de para’s van de 101st zich in en rond de stad konden ingraven.

De Ardennen werden door het geallieerde opperbevel beschouwd als een rustige sector aan het front. Een Ghost sector waar de oorlog op vakantie was. De 28th Infantry Division werd hier naartoe werd gestuurd om op adem te komen van de hevige gevechten in het Hürtgenwoud. In slechts twee weken waren daar 6.000 man van de divisie gedood, verwond of vermist geraakt. Bataljons (900 man) hadden de omvang gekregen van compagnieën (190 man), compagnieën de omvang van pelotons (40 man) en pelotons de omvang van secties (12 man). Veel veteranen waren al sinds Normandië continu in actie geweest en hadden nu tijd nodig om te herstellen. Langzaam druppelden ook de vervangingen voor de 6.000 man verliezen binnen; veelal broekies zonder gevechtservaring. Veteranen gingen met verlof naar steden als Parijs.

De meeste mannen in de Ardennen hadden, in tegenstelling tot de maanden ervoor, een dak boven hun hoofd en voelden zich veilig. Ze hielden zich bezig met training, bemanden vooruitgeschoven posten en rustten uit. Het leek erop dat de Duitsers hetzelfde deden. Thanksgiving-day werd gevierd met, zeker voor soldatenbegrippen, het meest heerlijke eten. Met Kerstmis voor de deur droomden de mannen van kalkoen.

Het gevolg van het feit dat de Ardennen werden beschouwd als rustige sector was een uitgerekt en dun bezet front. De linie werd bezet door soldaten van het Amerikaanse VIII Corps van Luitenant-generaal Troy Middleton. De lengte van het front was 120 kilometer, drie keer zoveel als gebruikelijk. Bovendien waren het niet de sterkste en meest ervaren geallieerde eenheden van dat moment. Zo werd de 28th Infantry geflankeerd door de 106th en 4th Infantry Divisions en door de 9th Armored Division.

De 106th Infantry was de nieuwste divisie in Europa en bevond zich pas een paar dagen op het vasteland. Ook de 9th Armored had nog geen gevechtservaring. Bovendien had deze divisie slechts de beschikking over één van haar drie gevechtsgroepen, namelijk het Combat Command R. De 4th Infantry Division had net als de 28th Infantry tot halverwege november in het Hürtgenwoud gevochten en had daar 3.500 man verloren.

In de 28th Infantry sector waren verscheidene tekenen die wezen op een op handen zijnde aanval. Toch was het uiteindelijk een grote verrassing voor de Amerikanen toen zij op 16 december werden aangevallen. Dit was het gevolg van een slechte analyse van inlichtingen, nietvoorzienende bevelhebbers en slecht weer. De inlichtingenofficieren van de divisie hadden waarschuwingen gekregen van enkele burgers. Deze hadden de aanvoer van nieuwe Duitse troepen en voertuigen opgemerkt. Een jonge Duitse soldaat had Marguerite Lindenmeyer, een Luxemburgse, zelfs verteld dat het Duitse leger met Kerst weer in Parijs zou zijn. Enkele Amerikaanse inlichtingenofficieren hechtten waarde aan de verhalen en maakten er werk van. Zo had bijvoorbeeld het 110th Infantry Regiment een plan klaarliggen in geval van een Duitse aanval. De meeste Amerikaanse inlichtingenofficieren daarentegen namen de geruchten met een korreltje zout en geloofden niet in de mogelijkheid van een offensief. Volgens hen was de ruggengraat van Hitler’s troepen gebroken. De geallieerde inlichtingendienst achtte de Duitsers enkel nog in staat tot defensieve acties. Zo ook Generaal Bradley, één van de belangrijkste geallieerde generaals. Tijdens een bezoek aan de Ardennen wees Middleton hem nogmaals op de dun bezette frontlijn en verzocht hij Bradley extra troepen te sturen. Bradley antwoordde laconiek: “Maak je geen zorgen, Troy, ze zullen hier niet langs komen.” Dan was er nog het slechte weer. Luchtfoto’s waren de meest waardevolle bron van informatie over de vijand tijdens de oorlog. Als gevolg van regen, mist en (natte) sneeuw bleven de de Geallieerde verkenningsvliegtuigen in de Ardennen aan de grond staan in de weken voorafgaande aan de 16e december. Hierdoor waren de Duitsers in staat geweest onopgemerkt een enorme strijdmacht bijeen te brengen.

In 1940 hadden de Duitsers vriend en vijand verrast met een bliksemaanval door de Ardennen. Dit werd vooraf door niemand voor mogelijk gehouden. Het landschap in de Ardennen is namelijk zeer moeilijk begaanbaar voor tanks en pantservoertuigen. Daarom werd er hier ook in de winter van 1944 geen rekening gehouden met een Duitse aanval in exact hetzelfde gebied. Hitler wilde met twee pantserlegers (samen zestien divisies) door de Amerikaanse linies (vier divisies sterk) in de Ardennen breken. De Duitse tanks moesten de Maas bereiken en zo de Britse en Amerikaanse troepen van elkaar scheiden. Op die manier hoopten de Duitsers een breuk te forceren tussen de twee belangrijkste geallieerde machten.

Generaal Hasso Von Manteuffel had het bevel over de 5.Panzerarmee. Op zijn route naar de Maas lag Bastogne. Deze stad was een belangrijk verkeersknooppunt in de Ardennen en voor de Duitsers van groot strategisch belang. Wie deze stad in handen had, kon snel zijn troepen en materieel verplaatsen en de situatie in de Ardennen controleren. Von Manteuffel wilde in de middag van 17 december Bastogne ingenomen hebben. De 28th Infantry Division was de enige geallieerde eenheid die hen de toegang tot de stad kon onthouden.

Na het invallen van de duisternis op 15 december wisten Duitse artilleriewaarnemers op meerdere plaatsen de Amerikaanse linies te infiltreren. Zij verscholen zich in de kleine dorpjes en konden zo zeer nauwkeurig coördinaten van de Amerikaanse posities doorgeven aan hun artillerie. In de vroege ochtend van 16 december barstte de hel los in de Ardennen. Veel Amerikanen lagen te slapen en kwamen halsoverdekop hun bedden uit om bescherming te zoeken in kelders. De soldaten die wacht hielden op vooruitgeschoven posten doken in hun schuttersputten. Iedereen stond doodsangsten uit terwijl de granaten om hen heen explodeerden. De lucht werd gevuld met dodelijke granaatsplinters en rondvliegend puin. “De explosies scheurden de aarde open en liet modder op ons neer regenen. De impact van de ontploffingen bezorgden je hoofdpijn. We doken diep in onze schuttersputten en het enige wat we konden doen was bidden dat de beschieting snel op zou houden”, aldus Private Jackson van de 28th Infantry Division.

Ondanks de vernietigende kracht van de artilleriebeschieting waren de Amerikaanse verliezen gering. Wel was er veel schade aangericht aan huizen, de infrastructuur en waren veel communicatielijnen verbroken. De bevolking was bezorgd over hetgeen wat komen ging. Ze vreesden dat hun bevrijde dorpen opnieuw door de Duitsers bezet zouden worden. Op de artilleriebeschieting volgde een aanval van Duitse infanterie. De soldaten van de 28th Infantry Division, wel geschrokken van de beschieting maar niet uitgeschakeld, boden hardnekkig verzet, waardoor de vijandelijke stormtroepen minder snel door de linies braken dan verwacht.

Om toch de vaart in hun opmars te houden lieten de Duitsers enkele Amerikaanse weerstandshaarden links liggen. De infanterie van een volgende aanvalsgolf moest deze groepjes soldaten uitschakelen. In sommige gevallen telden deze groepjes maar vier of vijf man. Zij weigerden zich over te geven en wisten Duitse aanvalseenheden (soms wel meer dan 10 maal groter in omvang) lange tijd tegen te houden. In de beginfase van de aanval leed de Duitse infanterie hevige verliezen als gevolg van het taaie verzet van de 28th Infantry Division.

De Duitse overmacht was overweldigend. De drie regimenten van de 28th Infantry stonden elk tegenover een complete Duitse divisie. Er was weinig dat Generaal Norman Cota (de bevelhebber van de 28th) kon doen in deze situatie. Hij had niet of nauwelijks contact met zijn regimenten en hij had ook maar weinig reserves die hij in kon zetten om de Duitse aanval tot staan te brengen. Normaal gesproken werd er per divisie een regiment in reserve gehouden, maar om het langgerekte en dun bezette front te verstevigen had Cota al zijn regimenten in de voorste linies geposteerd. De enige reserve van betekenis die Cota tot zijn beschikking had was het 707th Tank Battalion, uitgerust met Sherman en M5 Stuart tanks. Hij was voorzichtig met de inzet van de tanks, want hij wilde niet direct zijn reserves verspelen.

Ondertussen werd er alles aan gedaan om de Duitse aanvallers tegen te houden. Er werden zelfs provosorische eenheden samengesteld, bestaande uit manschappen van de militaire politie, koks en administratief personeel. Hier en daar zagen kleine groepjes Amerikanen zich genoodzaakt zich over te geven omdat zij geen munitie meer hadden of omdat de tegenstand zo groot was geworden dat verder vechten zinloos was. Kleine eenheden trokken zich terug uit hun dorpjes om vervolgens in het volgende dorpje een nieuwe versperring op te werpen. Het kostte de Duitsers veel tijd om deze versperringen te vernietigen en tijd was kostbaar in hun strakke schema. General Cota beval zijn divisie om stand te houden tegen elke prijs. Hij besefte dat zijn divisie de enige eenheid van betekenis was die tussen de Duitsers en Bastogne in lag. Wilden Cota en de geallieerden de mogelijkheid hebben om de stad te verdedigen dan moest de 28th Infantry Division zich opofferen om tijd te winnen.

Het was de enige optie om de manschappen van de 101st Airborne Division de broodnodige tijd te verschaffen om de stad te bereiken en zich voor te bereiden op de verdediging daarvan. De paratroepers waren namelijk vrijwel direct naar de Ardennen gestuurd toen Generaal Dwight Eisenhower op de hoogte werd gebracht van de Duitse doorbraak. Een tragisch voorbeeld van de opoffering van de 28th Infantry blijkt uit een citaat van Sergeant Charles Johnson, een artilleriewaarnemer.

“Een andere waarnemer was nog steeds ergens in Manarch, coördinaten doorgevend voor zijn batterij. De Duitsers waren zo dichtbij dat hij de batterij wilde laten vuren op zijn eigen schuilplaats. Tijdens zijn laatste bericht fluisterde hij: Schiet op, ze komen de trap op.”

In de late middag van 16 december hadden Duitse geniesoldaten twee pontonbruggen over de Our weten te leggen in de sector van het 110th Infantry Regiment. Nu was Von Manteuffel eindelijk in de gelegenheid pantsereenheden in de strijd te werpen. De Amerikanen moesten het nu ook opnemen tegen tanks van de 2. Panzerdivision en de Panzer Lehr Division. Kleine groepjes Duitse tanks konden in enkele gevallen nog worden uitgeschakeld, maar toen de Duitsers steeds meer tanks in de strijd wierpen, moesten veel Amerikanen hun meerdere erkennen in hun Duitse tegenstanders. In het noorden kregen de soldaten van de 28th Infantry Division steun van hun onervaren strijdmakkers van de 106th Infantry Division. In de sector van het 112th Infantry Regiment wisten de Amerikanen de bruggen over de Our te behouden.

Steeds meer Amerikanen kwamen zonder munitie te zitten. Zij waren hierdoor gedwongen zich over te geven aan de Duitsers. Hier en daar wisten kleine groepjes door de Duitse linies te glippen. Deze groepjes werden vervolgens weer samengevoegd tot provosorische eenheden en weer ingezet in de strijd. Degenen die de eigen linies niet wisten te bereiken, gingen een lange en barre tijd tegemoet als krijgsgevangene. Voor velen was dit een periode van honger en misére.

De inwoners van de dorpjes die door de Duitsers belaagd werden of waarvan men dacht dat ze in de frontlinie zouden komen te liggen, werden geadviseerd om te vluchten. Veel burgers deden dit niet. Sommigen hadden in de afgelopen tijd banden opgebouwd met de Amerikanen en kozen ervoor elke ontbering te doorstaan. Velen zagen hun dorp vernietigd worden en maakten angstige dagen door in kelders en schuilplaatsen.

De 17e december begon met een nieuwe artilleriebeschieting. Wederom vielen hierbij niet veel slachtoffers, maar was er vooral materiele schade. Het 112th Infantry Regiment had een plan gemaakt voor een tegenaanval. Hierbij werden ook tanks van het 707th Tank Battalion ingezet, de enige reserve. Dit bleek echter te weinig om de Duitsers te stoppen. De lichte Stuart tanks waren geen partij voor de Duitsers. Ze werden noodgedwongen in kleine groepjes ingezet, wat de kracht uit de aanval haalde.

Ook na twee dagen vol hevige gevechten hadden de Duitsers in de sector van het 112th Infantry Regiment de Our nog niet weten te bereiken. De oversteek van deze rivier was al voor de vorige dag gepland. Door deze sector liep de belangrijke aanvalsroute naar Bastogne. Ook hier liep de Duitse opmars forse vertraging op. Tegen zonsondergang werd het regiment echter steeds verder teruggedrongen door de Duitsers. In het zuiden trok het 109th Infantry Regiment zich hevig vechtend langzaam terug. Het taaie verzet van de Amerikanen zorgde ook hier voor vertraging voor de Duitsers. Op 17 december had het 109th al 500 man verloren en werd het afgesneden van de rest van de divisie. Aan het einde van de dag kregen de Duitsers het gebied van de 28th steeds meer onder controle. Steeds meer kleine weerstandhaarden waren uitgeschakeld en een toenemend aantal Amerikanen werd gedwongen zich over te geven wegens een gebrek aan munitie.

In het noorden hadden de Duitsers in de ochtend van 18 december een gat geslagen tussen het 112th en 110th Regiment. Het 112th voegde zich bij het enige overgebleven regiment van de 106th Infantry Division en richtte zich nu op de verdediging van St.Vith. Vier Duitse divisies hadden het 110th Infantry Regiment uiteen gedreven. Steeds meer groepen Amerikanen werden volledig vernietigd of zagen zich om diverse redenen gedwongen om de strijd te staken. Maar op sommige plekken, zoals in Manarch en Clerveaux, had het Amerikaanse garnizoen het bijna drie dagen volgehouden. In de avond van 18 december hield het regiment eigenlijk op te bestaan. Het telde 2.750 doden, gewonden en vermisten, op een totaal van 3.200 soldaten. Hierdoor hadden de Duitsers een gapend gat in de Amerikaanse linies geslagen. De weg naar Bastogne lag zo goed als open. Combat Command Reserve (CCR) van de 9th Armored Division was druk bezig blokkades op te werpen rond Antoniushaff en Feitsch, twee cruciale kruisingen op de weg naar Bastogne, dat vanaf daar nog maar minder dan negen kilometer ver was.

Ondertussen waren in Mourmelon de parachutisten van de 101st Airborne Division van hun strozakken gelicht door de officieren. De divisie verbleef in Frankrijk, waar zij herstelde van de veldtocht in Nederland. De verliezen waren nog niet volledig aangevuld en de nieuwkomers hadden nog verdere training nodig. De mannen waren niet volledig uitgerust en hadden slechts de beschikking over zeer kleine voorraden munitie. Optimaal voorbereid op een nieuwe krachtmeting met de Duitsers was de divisie dus allerminst, maar de 82nd en 101st Airborne Divisions waren samen met het Britse 30rd Corps de enige reserves die Generaal Eisenhower tot zijn beschikking had. De mannen van de twee luchtlandingsdivisies die naar Bastogne gestuurd werden, vermoedden al dat ze weer deel moesten nemen aan de strijd. “We wisten gelijk dat er wat gaande was”, aldus Korporaal Butcher van het 81st Airborne Anti-aircraft Artillery Battalion. “De Duitsers waren ergens doorgebroken en wij moesten ze stoppen.”

Rond de kruisingen bij Antoniushaff en Feitsch bevonden zich gevechtsgroepen van het CCR. Deze dorpjes omvatten niet meer dan enkele huizen en boerderijen en boden dan ook weinig dekking, maar het waren de laatste verkeersknooppunten op weg naar Bastogne. Task Force Rose ontfermde zich over Antoniushaff en Task Force Harper over Feitsch. Beidde gevechtsgroepen bestonden uit een gedeelte van een tankbataljon, aangevuld met infanteristen en genisten. In de middag werd Task Force Rose aangevallen. Eerst door drie tanks, maar later door twee bataljons tanks. De gevechtsgroep werd onder de voet gelopen en slechts enkele Amerikanen wisten te ontsnappen aan het krijgsgevangenschap en Bastogne te bereiken. Aan het begin van de avond werd ook Task Force Harper aangevallen. Ze waren eerst beschoten door artillerie en daarna openden Duitse tanks het vuur. Binnen enkele minuten wistten de Duitsers een groot deel van Harpers groep te vernietigen en de commandant zelf te doden. Net als in Antoniushaff hadden de Amerikanen zich opgeofferd aan een vele malen sterkere vijand, enkel om meer tijd te winnen voor hun kameraden om Bastogne te bereiken en een verdediging op te zetten. De 9th Armored Division stond gedurende de eerste weken van de gevechten in de Ardennen op de ‘secret list’. Dit hield in dat de vijand niets van haar aanwezigheid wist en dat werd bewust zo gehouden. Hierdoor is er destijds niets bekend gemaakt over haar aanwezigheid en aandeel in de race om Bastogne. De divisie heeft dan ook nooit de credits gekregen voor haar bijdrage.

De commandant van de 28th, Norman ‘Dutch’ Cota, bevond zich ondertussen nog in Wiltz. Hij had hier nog maar dertig tot veertig man tot zijn beschikking, de laatste linie op de weg naar Bastogne. Hij liet een bataljon samenstellen van financiele medewerkers, koks, chauffeurs, kaartenmakers, hospikken, kwartiermeesters en zelfs de muzikanten uit de divisieband. Sommigen van hen wisten niet eens hoe een wapen te herladen, maar betere manschappen had Cota niet meer tot zijn beschikking.

In de middag van de 18e was Combat Command B van de 10th Armored Division aangekomen in Bastogne. Colonel Roberts bracht een bezoek aan Middleton. De generaal legde hem uit dat de 28th en de 9th Armored zich met hand en tand verdedigden, maar er slecht aan toe waren. Hij beval Roberts zijn strijdmacht op te splitsen en de vele wegen die naar Bastogne leidden te behouden. Roberts wilde de autoriteit om elke soldaat die hij tegen kwam en die nog in staat was te vechten in te lijven bij zijn eenheid. Enkele momenten later bracht een andere bevelhebber een bezoek aan Middleton. Ditmaal was het Brigade-generaal Anthony McAuliffe, bij afwezigheid van General Maxwell Taylor de tijdelijke commandant van de 101st Airborne Division. Hij was voor de divisie uitgegaan om poolshoogte te nemen van de situatie. De opmars van de divisie was hevig belemmerd door allerlei eenheden en voertuigen die zich terugtrokken uit de omgeving van Bastogne. Ook Middleton en zijn staf verlieten na de briefing van Roberts en McAuliffe Bastogne. Hij wenste McAuliffe succes met de komende strijd. De Amerikanen zouden het moeten uithouden totdat versterkingen hun zouden bereiken.

Kolonel Roberts stelde drie gevechtsgroepen uit zijn Combat Command B samen om de oprukkende Duitsers tegen te houden. Deze drie teams richtten wegversperringen op bij kruispunten van de belangrijke wegen in de omgeving van Bastogne. Eén team, Team Desobry, ging naar Noville, Team O’Hara ging oostwaarts naar Wardin en Team Cherry bevond zich daar tussenin richting Longvilly. Elk team droeg de naam van hun commandant en bestond ongeveer uit één compagnie tanks, één compagnie pantserinfanterie, enkele genisten en hospiks en verkenners. De paratroepers van de 101st Airborne Division kwamen in de middag van 18 december aan in de omgeving van Bastogne en McAuliffe stuurde het 501st Parachute Infantry Regiment als versterking voor Team Cherry. Een wegversperring van Team Cherry bij Neffe was namelijk onder de voet gelopen door Duitse infanterie ondersteund door tanks. Ondanks hevige verliezen lukte het Team Cherry en de parachutisten om een doorbraak naar Bastogne te verhinderen.

Team Desobry was diezelfde 18 december vlak voor middernacht aangekomen in Noville. Desobry liet een verdediging opzetten met wegversperringen op de wegen naar Noville. In de vroege ochtend van 19 december werd Team Desobry aangevallen door eenheden van de 2.Panzerdivision. Rond half 11 brak er bij Noville een tankslag uit. Team Desobry had versterking gekregen van het 609th Tank Destroyer Battalion. De Duitsers verloren zeventien tanks. Team Desobry verloor één tankdestroyer en vier kleinere voertuigen. Desobry wist dat zijn strijdmacht uiteindelijk te klein zou zijn om de Duitsers te stoppen. Hij wilde terugtrekken uit Noville, maar Roberts wilde de Duitsers zo ver mogelijk weghouden bij Bastogne totdat de verdediging daar op orde was. Desobry moest ten kostte van alles standhouden. Het team kreeg versterking van het eerste bataljon van het 506th Parachute Infantry Regiment. Paratrooper Donald Burgett (bekend van zijn vier-delige autobiografie) raakte betrokken in de hevige gevechten waarin hij het op moest nemen tegen infanterie en tanks: “Granaten explodeerden overal om ons heen. De linkermouw van mijn gevechtsjas was vanaf de elleboog afgescheurd. Het haar op mijn linkerarm en linkerdeel van mijn gezicht was weggeschroeid. Mijn huid kleurde zwart van het buskruit.”In de ochtend van 20 december sneden de Duitsers de weg naar Bastogne af. McAuliffe gaf het bevel om Noville te verlaten en terug te vallen op Bastogne. Op de weg terug vanuit Noville werden de Amerikanen aangevallen. Dit had zware verliezen tot gevolg. Tegen de avond kwamen de overlevenden uit Noville aan in Bastogne.

McAuliffe beschikte over de 101st Airborne Division, Combat Command B van de 10th Armored Division en het 705th Tank Destroyer Battalion. Er was nog een andere eenheid geformeerd, Team SNAFU (afkorting voor Situation Normal All Fucked Up). Het team bestond voornamelijk uit soldaten van de 106th en 28th Infantry Divisions en de 9th Armored Division. Velen van hun oorspronkelijke eenheden waren vernietigd, waarna ze zich naar Bastogne hadden begeven. McAuliffe liet zijn troepen een verdedigingsring rond de stad vormen met in het midden hiervan zeven artilleriebataljons. De Duitsers deden nog paar kleine aanvallen op de buitenste randen van de verdediging, maar deze aanvallen werden afgeslagen. De race naar Bastogne was gewonnen door de Amerikanen, maar de Duitsers zouden zich hier niet bij neerleggen. De slag om Bastogne stond op het punt te beginnen…

Dit artikel werd oorspronkelijk gepubliceerd in het tijdschrift Wereld in Oorlog. Wereld in Oorlog vertelt opmerkelijke, aangrijpende en dramatische verhalen achter belangrijke gebeurtenissen, ontwikkelingen en militaire operaties in de recente oorlogsgeschiedenis. Het accent ligt daarbij op de Eerste en Tweede Wereldoorlog.

 

Go2War2.nl   Artikel: Pieter Schlebaum

 

Voor het complete verhaal verwijzen we u naar onderstaande link.

http://www.go2war2.nl/artikel/1693/Ardennenoffensief.htm

 

Zoals u The Battle of the Bulge nog niet eerder heeft gezien !

http://www.history.co.uk/videos.html?bcpid=23955448001&bclid=0&bctid=62949964001

 

Reacties zijn afgesloten.